zondag 29 mei 2022

Week 18-21 Naar Pamplona (15d - 267km, totaal 1.649km)


De voorbereidingen

Zoals gebruikelijk is vooraf de etappe-indeling al gemaakt, inclusief het uitzoeken van de campings en de bus- of treinverbindingen. Uiteindelijk verandert er altijd wel iets, afhankelijk van de omstandigheden, maar het raamwerk is klaar. Voor ons is het wel bijzonder dat we nu de grens met Spanje gaan oversteken. De ca 1.600 km van België en Frankrijk zitten er dan op.

Op maandag 2 mei vertrekken we voor de 3-daagse autorit. Een luisterboek voor onderweg is een mooie afleiding. Deze keer is de keus gevallen op Het Mysterie van de Verdwenen Meesters, van Baantjer. Je moet je aandacht tenslotte ook bij de weg kunnen houden! Maar dat is dan ook geen probleem.

De reis gaat vlot. Onze eerste onderweg-camping uitkomen is Mery-sur-Seine, waar we al een aantal keren hebben gestaan. In het smalle toevoerstraatje staat een mevrouw met opgeheven vinger haar hoofd te schudden. We zijn ons van geen kwaad bewust en rijden door om er vervolgens achter te komen dat de camping permanent gesloten is. Onze volgende mogelijkheid is in Troyes, maar ook deze blijkt opgeheven! Dan maar een derde camping op internet gezocht, en deze toch maar even gebeld voor de zekerheid. We moeten 35 km terug, maar daar is een prima camping. De tweede dag rijden we door tot Saintes, net boven Bordeaux. De derde dag zijn we begin van de middag in Saint Justin. Daar blijkt dat de camping weliswaar open is maar de douches gesloten tot 1 juni. Wat doe je dan? We zijn uiteindelijk maar doorgereden naar de camping die we als tweede verblijfplaats in gedachten hadden, in Saint Sever. Dat heeft wel tot gevolg dat de aanrijtijden voor de eerste 4 etappes met ca 50 km worden verlengd, maar het betekent ook dat we een keer minder hoeven te verkassen.

 



Dag 1, donderdag 5 mei, van Captieux naar Gare de Poteau (10 km)

We beginnen rustig aan. Het station van Poteau is er nog maar de spoorlijn is al enkele tientallen jaren geleden opgeheven. Met Europese subsidie is de spoorlijn omgebouwd tot een wandel- en fiets-pad. We zetten de auto bij het oude stationsgebouw en fietsen naar Captieux (12 km). We drinken een kopje koffie op hetzelfde terras als waar we september vorig jaar zijn geëindigd. De couverts staan al weer klaar voor de mensen die daar tussen de middag komen eten. Het is een rustige en vlakke wandeling over de oude spoorbaan, en met een zonnetje en begin 20 graden is het prima te doen.

 





kerk in Bourriot Bergonce



Dag 2, vrijdag 6 mei, van Gare de Poteau naar Bourriot Bergonce (11 km)

We zetten onze auto op een rustig plekje in de dorpskern van Bourriot, vlakbij de kerk, en fietsen naar Gare de Poteau (10 km). Ook deze dag loopt voor een deel over de oude spoorbaan. Er wordt geoefend op het militair schietterrein vlakbij en we spreken enkele collega-wandelaars. Terug in Gare de Poteau staat een Duitse man (met camper) op zijn vrouw te wachten. Zij loopt de camino, hij begeleidt haar en zorgt voor onderdak. Opnieuw is het een makkelijke en mooie dag.

 

Dag 3 en 4, van Bourriot naar Gailleres (24,8 km) en verder naar Mont de Marsan (16,2 km)

De inloopdagen zijn voorbij. Op de rug hebben we nu ook de spullen voor de overnachting. We gaan met de auto naar Bourriot Bergonce, nadat we eerst de fietsen hebben afgezet in Saint Justin. In Bourriot staat een Nederlandse motor geparkeerd, goed op slot en zo te zien met een alarminstallatie beveiligd. Later komen deze wandelaars ook op onze camping. Aan- en afvoer gaan bij hen met motor en camper, ze gaan sneller dan wij. Voor ons is de 25 km naar Gailleres nog grotendeels vlak en opnieuw voor een deel over de spoorbaan. In Gailleres hebben we gereserveerd bij Christelle en Jerome. Aan de telefoon had Christelle gemeld dat de slaapkamer al was geboekt, maar dat ze nog wel plek had in een caravan die in de tuin stond. Ze benadrukte dat de caravan “en bon etat” was maar vroeg ook of we niet al te lang waren. De caravan was namelijk niet al te groot. Ze ontvangt ons allerhartelijkst met een biertje en een praatje, samen met Nederlander David en de Belgische Charlotte. Deze laatste twee delen de slaapkamer maar zijn geen setje, zoals David het uitdrukt. De familiedouche kan worden gebruikt, het avondeten is op het terras, samen met gastvrouw en gastheer. Dat is heel gezellig. Jerome vertelt dat hij in 2018 kampioen van Frankrijk was in de categorie handboogschieten 3D. Je schiet dan niet op een schijf maar op objecten (bijv. een  hert, een wolf of zoals in zijn finale-wedstrijd, op een olifant) terwijl je een parcours moet afleggen binnen een bepaalde tijd. Je hebt geen kijker op je boog en moet zelf afstanden schatten. Wat hem betreft het echte werk.

De volgende dag lopen we door naar Mont de Marsan, het is dan 8 mei, de dag van de overwinning voor Frankrijk, een nationale feestdag. In het dorp Bougue staan de festiviteiten voor die dag al aangekondigd. We kunnen er broodjes kopen voor onderweg. De route is opnieuw vlak en voor een deel over de spoorbaan.  Zo langzamerhand begint dat wel een beetje saai te worden. Het weer is mooi. In Mont de Marsan pakken we de bus van 14:20 naar St. Justin. Daarvandaan gaan we op de fiets naar Bourriot Bergonce (18 km).

 


Dag 5, maandag 9 mei, Van Mont de Marsan naar Saint Sever (20,0 km)

Inmiddels zijn de lange aanrijtijden achter de rug. We vertrekken van onze verblijfplaats Saint Sever om 8:15 met de bus naar Mont de Marsan. Het is altijd hoopgevend dat er kort voor de aankomst van de bus locals komen aanlopen die ook met de bus moeten. Je weet dan meteen aan welke kant van de weg je moet gaan staan. De route begint wat meer open te worden, en het traject wat meer geaccidenteerd.

 

Dag 6, dinsdag 10 mei, van Saint Sever naar Hagetmau (16,0 km)

We zetten de auto in het stadje en lopen over een mooie route naar Hagetmau. De bus vertrekt daar om 13:15 (de volgende is pas om 18:15) dus zijn we vroeg op pad. En het blijft maar mooi weer.

 

Dag 7 en 8 van Hagetmau naar Orthez (26,7 km) en dan naar Sauveterre de Bearn (22,8 km)

Na een snipperdag waarin we ook de overnachtingen voor het deel in de Pyreneeën regelen lijkt dag 7 de zwaarste dag te worden. We zetten de fietsen in Sault de Navailles, vanwege de beperkte ov-verbindingen en fietsen naar Hagetmau (20 km). Het landschap is inmiddels heuvelachtig geworden dus is het flink trappen. Om 10:45 kunnen we dan beginnen aan de wandeling naar Orthez waar we een overnachting hebben geboekt in het Hotel de Labat. Rond half zes komen we daar aan en ploffen even op het bed om bij te komen. Hotel Labat is de voormalige Clinique Labat. Men heeft eenvoudige hotelkamers, maar ook slaapzalen voor camino-gangers. Wij konden gelukkig nog een 2-persoons kamer boeken. De inrichting van de kliniek is intact gebleven, inclusief de grote deuren voor verrijdbare bedden, en de aansluitingen voor zuurstof etc. Er is een keukentje met koelkast en een kooktoestel, wij gaan in het stadje een pizza eten. De Carrefour-Contact zit op 100 m zodat de boodschappen voor het ontbijt en de lunch makkelijk gedaan kunnen worden.

De volgende ochtend vertrekken we om 8:15 naar Sauveterre de Bearn omdat daar de bus van 15:48 gehaald moet worden. Het traject is ook duidelijk meer heuvelachtig (totale stijging 540 m.) zodat we onder het gemiddelde aantal km’s dat we per uur halen uitkomen (normaal gemiddeld 4,0 incl. pauzes). In de ochtend is het nog tamelijk bewolkt, net als de dag ervoor, maar in de middag breekt de zon door. De aankomst in Sauveterre is heel mooi, met het oude vestingstadje op een hoge heuvel, de kerk en middeleeuwse toren als blikvangers. De bus brengt ons naar Orthez, daar gaan we naar de Carrefour-Contact voor een maaltijdsalade want de bus naar Sault de Navailles vertrekt pas om 18:10. Om 19:30 zijn we op de camping, maar alle voorbereidingen voor ons vertrek naar Saint Jean Pied de Port, de volgende ochtend, stellen we uit tot de volgende dag.

 

Sauveterre de Bearn

Dag 9, maandag 16 mei, van Sauveterre naar Saint Palais (14,2 km)

Inmiddels zijn we verhuisd naar een camping iets buiten Saint Jean Pied de Port. Het is een camping met zwembad, de zondag wordt door ons nog als snipperdag gebruikt. Een extra dagje vrij is prima. We verkennen de verbindingen in Saint Jean (waar zijn de bushaltes etc.) zodat we niets aan het toeval hoeven over te laten.

We gaan met de auto naar Saint Palais, vandaar met de bus van 12:45 naar Sauveterre. We horen van medepassagiers dat vanaf vandaag geen mondkapjes meer nodig zijn in het openbaar vervoer. Onderweg tijdens een pauze maken we een praatje met een soort van koster van de kerk. Hij heeft de camino ook gelopen en is dus wel geïnteresseerd. Als wij vertellen hoe wij e.e.a. organiseren is zijn reactie “ah oui, aucun son style”. Het is een mooie wandeling, maar het begint tegen de 30 graden te worden, en dat is wel erg warm.

 

Dag 10, van Saint Palais naar Larceveau (16,1 km)

Inmiddels is de Franse pelgrimsroute uit Tours erbij gekomen en op dit traject komt daar ook nog eens de route uit Le Puy bij. Daarmee zitten de 3 hoofdroutes uit Frankrijk nu bij elkaar en gaan gezamelijk verder. Er is nog een route die door de Pyreneën gaat maar die komt er pas in Spanje bij. Je merkt het aan het aantal wandelaars onderweg, met name op de geijkte rustplekken. Dit traject is ook weer tamelijk geaccidenteerd (+ 580 m). Ostabat is een duidelijke pleisterplaats met veel voorzieningen maar wij lopen nog ca. 3 km verder naar Larceveau. Daar is een bushalte die mooi aan de route ligt.

 

pleisterplaats met water-tappunt

Dag 11, woensdag 18 mei, van Larceveau naar Saint Jean Pied de Port (18,9 km)

We gaan op de fiets naar Saint Jean, en dan om 8:47 met de bus. Om ons heen meerdere wandelaars die aankomen of met een busje opgehaald worden. Opnieuw een warme dag, nu tot 32 graden. Aan het eind van de etappe lopen we door de bekende Porte Saint Jacques, het punt waar de pelgrims Saint Jean binnenkomen. Kort daarna is er het Camino Informatie-centrum waar het een drukte van belang is. Vooral met starters die hier hun camino-paspoort halen. Achter tafels zitten 5 vrijwilligers die alles afhandelen en informatie geven over het traject door de Pyreneën. We zij mooi op tijd thuis en duiken nog even het zwembad in. Aan het begin van de avond is er een flinke onweersbui.




 

Op donderdag verkassen we naar een camping vlakbij Pamplona. Het is een rit met veel (haarspeld)bochten en behoorlijk wat stijgen. Gelukkig is het niet ver en kunnen we om 14:00 uur de boel al weer opbouwen. We beginnen met een snipperdag en gaan dan ook Pamplona wat verkennen. We hebben voor de volgende dag de bus terug naar St. Jean Pied de Port geboekt en lopen even naar het busstation. Het is niet helemaal duidelijk waar onze bus zal gaan stoppen maar gelukkig zien we nog net op tijd een bordje bij een trap naar beneden. Het vertrekpunt van de bussen is op een ondergronds parkeerdek. Daar zijn 20 vertrekpunten voor allerlei buslijnen. We zijn blij dat we nog net op tijd in de gaten hebben hoe e.e.a. hier werkt.

 

Dag 12,13,14,15 te beginnen op zaterdag 21mei, van St Jean Pied de Port naar een berghut op 8 km, daarna naar Roncesvalles (18 km), dan Zubiri (22 km) en vervolgens naar Pamplona (21 km)

Zoals gezegd zijn de busrit en de overnachtingen geboekt. Op zaterdagmorgen fietsen we naar Pamplona en stappen om 12:00 op de bus. De bus zit helemaal vol en het is dezelfde bochtige weg terug naar St, Jean. De chauffeur deelt vantevoren  kotszakjes uit maar die zijn gelukkig niet nodig. Ik verdenk hem ervan de boel wat op stang te willen jagen. Als we om 13:45 uitstappen in Saint Jean is het daar 33 graden. Als je dan net uit een geclimatiseerde bus komt  voelt dat niet bepaald prettig. We vertrekken al gauw naar Auberge Orrison. Het is een mooie wandeling maar met ca. 700m stijgen (en 33 graden) zijn we vooral blij dat we ervoor gekozen hebben om een korte eerste etappe te doen. Het regime in zo’n berghut is dan wel weer grappig. Kort douchen (vanwege weinig water), het avondeten gezamenlijk om 19:30 en het ontbijt de volgende ochtend om 7:00 uur. We slapen in stapelbedden met 9 personen op de kamer. Het avondeten is prima en aan de lange tafels wordt er door de ca. 40 gasten luidruchtig met elkaar gesproken. We maken kennis met een Duitse man (Bernd) en zijn vrouw of vriendin en de Nederlandse Dimphy. We zullen hen de volgende dagen nog vaak tegenkomen. Slapen op zo’n slaapzaal valt niet mee, vooral vanwege een altijd aanwezige snurker.



De volgende ochtend vertrekken we om 8:00 voor een prachtige wandeling door de Pyreneën. Het landschap is schitterend, door de boeren wordt een aantal koeien naar een ander weidegedeelte gebracht. We zien veel roofvogels. Ook vandaag is het weer ca. 750m stijgen, maar gelukkig blijft de temperatuur beneden de 30 graden. We horen van Bernd dat iemand uit de groep van de berghut is afgevoerd met een ziekenauto (“die war ganz umgeknackt”). Begin van de middag komen we aan in Roncesvalles. Daar is er een moderne Refugio ondergebracht in een oud klooster.  Hiervan is de omvang echter van een andere orde dan de berghut. Deze Refugio telt 250 bedden en die zijn allemaal bezet. Je ligt daar op een slaapzaal met 38 bedden, onderverdeeld in een soort van hokjes met daarin telkens 2 stapelbedden. Het geluid ‘s nachts is ook van een andere orde. Bij de 38 slapers zit er natuurlijk een flink aantal snurkers. Het regime is er streng: controle op het uitdoen en apart zetten van de wandelschoenen, licht gaat uit om 22:00 uur en weer aan om 6:00 uur Maar het is er allemaal prima geregeld.



Het eten is uitbesteed aan de lokale horeca bestaande uit 3 restaurants en voor 11,= euro krijg je een simpele maaltijd. Vanwege de hoeveelheid mensen gaat dat in ploegen, om 19:00 uur en 20:30. We maken kennis met John uit Minnesota en een Japanse jongeman, beiden zijn rond de 30 en hebben hun baan opgezegd om zich te beraden op hun toekomst. Het is bijzonder gezellig aan tafel maar na een uur en 10 minuten wordt iedereen aangespoord om plaats te maken voor de volgende groep.

De collega camino-gangers bestaan vooral uit Fransen en Spanjaarden. Van de overige landen lijken de Amerikanen het best vertegenwoordigd maar er zijn ook veel Nederlanders, Duitsers, Belgen, Engelsen. In ons geval is er ook een groep van 4 enthousiaste Noorse dames die we overal tegenkomen.

Op dag 3 lopen we naar Zubiri. Het is gelukkig niet meer zo warm. Even lijkt het erop dat we toch nog regen gaan meemaken, maar het is alleen wat laaghangende nevel. Het duurt niet lang of deze is weggewaaid. In Zubiri hebben we een eigen kamer kunnen boeken in Albergue Suseia. Daar is plaats voor 12 personen. We worden allerhartelijkst ontvangen door Sara. Zij kookt ook voor de gasten en vanaf 19:30 kunnen we aan een grote tafel. Het eten is bijzonder lekker en het is ook weer gezellig. John is er ook, we praten met Pernille (uit Denemarken, die in september start met een kunstopleiding in Kopenhagen) en Sam uit de VS die net klaar is met haar studie. Sam hadden we al onderweg al een paar keer gezien en die had het bijzonder zwaar. Er was ook sprake van een zeer lange afdaling over een bijzonder moeilijk pad. Voor Sam was het bijzonder sneu omdat ze met een vriend(in) zou gaan lopen, maar een paar dagen voor hun vertrek bleek deze Corona te hebben. Gelukkig kwam over een aantal weken haar vader over die een weekje met haar zou meelopen.



Om 8:00 uur vertrekken we naar Pamplona nadat we bij de lokale slager (tevens restaurant en verkoop van een beperkt aantal levensmiddelen) onze lunch hebben gekocht. Het is inmiddels een stuk kouder geworden (ca 14 graden) maar dat is prima. Onderweg zien we Marjolein (ook al een paar keer eerder gezien en gesproken) opeens stil staan en nogal ontdaan om zich heen kijken. Ze is in Januari in Nederland vertrokken. We vragen wat er is. Ze blijkt haar telefoon kwijt te zijn en vermoedt dat ze die bij haar vorige stop heeft laten liggen. Voor iemand die in haar eentje de camino loopt is het kwijt raken van je telefoon natuurlijk een ramp Ze vraagt of ze met onze telefoon naar haar eigen telefoon mag bellen. Er wordt opgenomen en ze kan zowaar in het Nederlands overleggen over hoe het nu verder moet. Gaande het gesprek komen de emoties bovendrijven en barst ze in tranen uit. Gelukkig was de telefoon door iemand gevonden die kon zien dat het waarschijnlijk om een Nederlander ging. Hij vroeg dus om zich heen wie er Nederlands sprak, en dat was Dimphy (hoe toevallig). Zo heeft iedereen zijn eigen diepte- en hoogtepunten. Ons “dieptepunt” was dat Ineke per ongeluk haar bril in de caravan had gelaten op onze 4-daagse. Ze draagt lenzen, maar een bril is voor haar belangrijk voor ’s nachts en als backup. Als je op een vreemd adres in het halfdonker naar de wc moet dan is het wel fijn als je nog wat kunt zien. Gelukkig was het allemaal goed te doen, behalve toen ze in de hokjes met stapelbedden een gangetje te vroeg in een bed wilde ploffen. Daar lag al een  Spanjaard die gelukkig op tijd “no, no” zei. Dat was dan wel weer hilarisch.

Begin van de middag komen we aan in Pamplona. Onze fietsen staan nog netjes geparkeerd naast het busstation. We zij klaar voor dit jaar, we hebben Pamplona gehaald !

op de Puente Magdalena, waar je Pamplona binnenkomt
bij de Porte Frances


De volgende dag gaan we nog even kort naar Pamplona om nog wat na te genieten en wat cultuur op te doen. We komen daar Bernd en zijn vrouw weer tegen die besloten hebben om een extra dagje in Pamplona te blijven om een beetje bij te kunnen komen van de wandel-inspanningen. We lunchen met tapas op een terras op het grote plein. Als laatste lopen we nog even het straatje af waar met Sant Fermin de stieren worden losgelaten.

een vrolijke noot op het stieren-straatje


Al met al was het een mooie wandel-periode met een grote overgang van het stille Frankrijk naar de drukte op het Spaanse deel. Leuk dat we in Spanje zijn!

Voor de terugweg hebben we een luisterboek van Arthur Japin gekocht. Kijken of dat meer kan boeien.

dinsdag 21 september 2021

Week 15/16 van Neuvic naar Captieux (8d - 158 km, totaal 1.382 km)

 Na het indelen van alle etappes (thuis in Apeldoorn - voorpret) zijn we dan eindelijk weer begonnen aan de camino. In de reis naar het beginpunt paste goed een bezoek aan vrienden die een huisje hebben in de buurt van Autun, dus dat hebben we net achter de rug. Het kost een dag om van Autun naar Sainte Foy La Grande te rijden. We zitten daar op een mooie camping, en kijken uit op de Dordogne. We beginnen maar met een snipperdag om de overgang naar een ander ritme te markeren. Sainte Foy is een oud stadje, en sommige gebouwen hebben wel wat onderhoud nodig, maar dat zie je veel in Frankrijk. 


Dag 1-3: van Neuvic naar Mussidan (14 km), dan naar Fraisse (16 km) en daarna naar St. Foy (17 km)

Op dag 1 zetten we de auto neer in Mussidan, en gaan we met de fiets verder naar Neuvic-Gare, naar het gehucht Puy-de-Pont. Daar zijn we vorig jaar gestopt. De vuilnis-containers zijn gemoderniseerd, zodat ze nu deels ondergronds zijn. We zetten onze fietsen bij het bushokje. Het is een zonnige dag, met ca. 25 graden, en een mooie wandeling.



de route staat goed aangegeven



aankomst in Mussidan



Op de 2e dag zetten we de auto neer in Fraisse en gaan over de D20 met de fiets naar Mussidan.  Het is ruim 20 km fietsen over de de D20, met soms behoorlijk klimmen. Even bijkomen dus en daarna vertrekken we. Het gaat over een afwisselende route: over wijngaarden, langs bloeiende heide en door boerenland. Een collega-pelgrim (een Taiwanese uit Parijs) ligt te slapen, maar wordt wakker als we langskomen. Ze is al bijna een maand onderweg, maar stopt over 3 dagen.  Met een andere wandelaar maken we ook een praatje, hij loopt tot St. Jean Pied de Port. We proberen hem uit te leggen hoe wij het organiseren (fiets, caravan etc.), hij vindt het allemaal prima.

Op de 3e dag fietsen we vanaf de camping in Sainte Foy naar Fraisse. Als we bijna in Fraisse zijn komen we de Fransman van gisteren tegen. Hij kijkt verbouwereerd op, als we hem groeten. maar we vragen ons af wat hij ervan denkt als hij ons nu weer op de fiets ziet, in de tegengestelde richting rijdend. Het is opnieuw een mooie dag. Na de wandeling, in Sainte Foy la Grande aangekomen, zien we in de kerk dat het dit jaar Sint Jacobus-jaar is. Dat is elk jaar als de 25e juli op een zondag valt (circa 13 keer per eeuw). Er wordt een kleine tentoonstelling aan geweid, waarin is opgenomen het Jacobus-altaar dat in de kerk staat. Volgens de overlevering liggen de beenderen van de discipel Jacobus begraven in Santiago, of liever gezegd: er is een kathedraal over zijn graf gebouwd. Sindsdien is Santiago het grootste bedevaartsoord van Europa.

Het was gisteren al warm, maar met 32 graden is het deze dag nog warmer. Gelukkig is er ook wat bewolking, maar daardoor is het een klamme warmte.


aankomst in Sainte Foy La Grande



Daarna verkassen we met de caravan naar La Reole, de camping le Rouerge ligt pal aan de Garonne, vlakbij de oude brug uit 1934. Het is een hele mooie brug, maar hij is "suspendue". Je kunt er alleen als wandelaar of fietser nog overheen.

moeten we daar over ?





brug uit 1934 over de Garonne


Dag 4 en 5: van Sainte Foy naar Pellegrue (22 km), daarna naar La Reole (28 km)

We gaan met de trein weer terug naar Sainte Foy, om daar onze route te vervolgen. Omdat de verbindingen beperkt zijn, gaat deze treinreis over Bordeaux (bijna 2 uur, overstappen in Bordeaux). We stappen om 8:04 op de trein net tegenover de camping, aan de andere kant van de rivier. Het is een pittige wandeling, met veel stijgen en dalen. Opnieuw lopen we door de wijngaarden. Er is regen voorspeld voor de 2e helft van de dag, maar pas als we in Pellegrue aankomen vallen de eerste druppels.  We hebben in Pellegue gereserveerd bij de gemeentelijke refuge. De secretaire-ambtenaar van de gemeente begeleidt ons naar de refuge, aan de overkant van het pleintje, en geeft ons de code van de toegangsdeur. In onze gids staat vermeld dat je nog zou kunnen eten bij Chez Mireille, maar als we haar vragen geeft ze aan dat dit niet meer mogelijk is. Haar cafeetje staat ook te koop, en zo te zien is ze aan haar pensioen toe. Gelukkig is er een Intermarche-Contact op 300 meter, dus daar kopen we een maaltijdsalade, een sapje, een biertje, ontbijt en broodjes voor onderweg. 's Avonds in de Refuge zijn we samen met Nederlander Bas (onderweg vanaf half augustus met Santiago als einddoel) en Francaise Anna, die op zich wel vriendelijk is, maar ook heel erg moe. Met Bas zitten we 's avonds gezellig na te praten over de wederzijdse belevenissen.

aankomst in Pellegrue



In de Refuge staan 3 stapelbedden, Bas slaapt in het gedeelte waar ook de gezamenlijke tafel staat, en waar de badkamer op uitkomt, dus die wordt het meest gestoord. Anna slaapt in het andere stapelbed op onze kamer, en al met al blijkt de volgende ochtend dat iedereen een slechte nachtrust heeft gehad.

's Morgens om 9 uur is iedereen weer op pad, maar komen we elkaar nog een enkele keer tegen. Bas vertelt dat hij zijn pet is kwijt geraakt en nog geen goede heeft kunnen vinden. Ik stel hem voor de volgende dag bij ons langs te komen, dan kan hij mijn andere pet krijgen. Dit was weliswaar een cadeautje van Ineke, maar de camino lopen zonder bescherming tegen de zon gun je niemand.

De route van Pellegrue naar La Reole is wel de zwaarste etappe van dit jaar. Hij stond gepland op iets meer dan 25 km, maar zo hier en daar is het traject aangepast zodat het uiteindelijk ruim 28 km wordt. De knie van Ineke speelt nog regelmatig op, maar ze houdt zich goed aan de oefeningen en is wel in staat om alle dagen de eindstreep te halen.

even pauze






aankomst in La Reole



De volgende dag hebben we een snipperdag. Bas komt inderdaad langs aan het einde van de ochtend. Hij heeft niet veel tijd, want iemand heeft hem verkeerde route-instructies gegeven, en er was onduidelijkheid over de brug. Hij is blij met de pet. In de middag doen we boodschappen, halen nog een stempel in La Reole en komen bij van de inspanningen van gisteren.


Dag 6-8: Van La Reole naar Le Rivet (21 km), naar Bazas (22 km), daarna naar Captieux (18 km)

Op dag 6 vertrekken we vanaf de camping. We hebben de vorige dag de overnachtingen geregeld, maar op de bestemming van de eerste dag (Auros) was niets beschikbaar, of nam men de telefoon niet op. Het Chateau, met een slaapzaal voor 14 personen zat helemaal vol vanwege "une marriage". We hebben een alternatieve route via Le Rivet, waar de Abdij Sainte Marie du Rivet nog wel een kamer over heeft.  De regenverwachtingen voor die dag komen uit, we lopen de hele middag in de regen, zodat we uiteindelijk lopen te soppen in onze schoenen. Omdat het houden van pauzes niet erg aanlokkelijk is komen we vroeg aan en kunnen we nog meedoen met een laatste rondleiding. Het is ook in Frankrijk op de 3e zaterdag van september open monumentendag. De kamer is prima, gelukkig is er veel wc-papier zodat we onze schoenen zo goed mogelijk kunnen drogen. Het verblijf is inclusief maaltijd en ontbijt en we mogen ook wat brood meenemen voor onderweg. Betalen is niet nodig, maar je wordt we uitgenodigd om een bijdrage in de kosten te doen van 30 euro p.p.


's Avonds eten is dan wel weer bijzonder in het gastenverblijf, waar die avond ook een andere groep aan tafel zit. Volgens ons de "Amis" van de Abdij die op deze monumentendag hebben meegeholpen. Het eten is eenvoudig, maar prima. De volgende ochtend snijden we wat extra brood af en vinden we nog het restant van de notenkaas die bij het avondeten hoorde. In Auros kunnen we er nog een broodje bij kopen.


Op dag 7 lopen we naar Bazas. Het weer is wat opgeknapt. Het blijft in ieder geval droog. De temperatuur is nu gezakt tot rond de 20 graden, maar dat is prima om te wandelen. Onderweg worden we gewaarschuwd voor de duivenjacht die op een bepaald traject plaatsvindt. Bij de ingang moet je kenbaar maken dat je het gebied ingaat. Een wandelaar voor ons fluit, en aangezien Ineke goed op haar vingers kan fluiten doet ze dat ook maar. Later legt de wandelaar ons uit dat duiven schieten (palombiere) heel populair is. We zien ook een aantal installaties hangen waarmee een lokduif hoog in de bomen gehangen kan worden. De lokduif fladdert dan ook nog wat met zijn veren zodat andere duiven erop af komen. Ieder land heeft zijn bijzondere gewoontes.

Sifflez = fluiten, voordat je verder loopt

 

In Bazas hebben we gereserveerd op de slaapzaal van Chateau St. Vincent. We zijn redelijk op tijd maar op ons aanbellen wordt er niet open gedaan. We lopen om het Chateau heen en zien de deur naar het pelgrimsverblijf open staan, dus installeren we ons maar. Er staan 12 bedden, we kiezen een rustig hoekje uit. Ik ga naar de Carrefour Express om eten te halen voor 's avonds en de volgende dag. De restaurantjes op het plein voor de Kathedraal zijn alleen overdag open. Bij navraag aan de mevrouw van het Chateau blijken er nog 2 gasten te zijn in de slaapzaal. s' Avonds tegen 7 uur komt er inderdaad nog een echtpaar aan, waarvan de man naar Santiago fietst (vanuit Bourges), terwijl zijn vrouw met een busje hem begeleidt. Zij boekt de overnachtingen, doet de boodschappen etc. en wacht hem op bij de eindbestemming van de dag. Hij verwacht nog 12 dagen nodig te hebben om in Santiago aan te komen. Omdat zij helemaal aan het andere kant van de zaal liggen hebben we weinig "last" van elkaar. Alleen staan wij ruim een uur eerder op (om 6:30) , dus doen we dat maar zo stil mogelijk.

genoeg bedden op de slaapzaal



We ontbijten in het Chateau met de heer en mevrouw in een mooie eetkamer, waar voor alle gasten de tafel is gedekt.


Chateau St. Vincent



Om 7:35 lopen we Bazas in voor onze laatste etappe naar Captieux. Daarvandaan kunnen we met bus (lijn 512) en trein terug naar La Reole. Er gaat een bus om 17:33, maar ook een om 13:33. Door vroeg te vertrekken kunnen we inderdaad de bus van half twee halen. De route van vandaag is wel heel erg rechttoe - rechtaan, namelijk over een oude spoorlijn waar nu een fietspad is aangelegd. Een beetje saai, maar het loopt wel lekker door. Het blijft ook vandaag droog. Om 15:50 stappen we uit de trein.

Op de camping is de plantsoenendienst van de gemeente begonnen met het snoeien van de bomen. Men had ons graag verplaatst, maar ja we waren niet thuis. Na overleg met de campingbaas kunnen we gewoon blijven staan, en snoeien ze "onze" bomen wel nadat we zijn vertrokken.

snoeien van "onze" bomen wordt een dagje later




Op dinsdag hebben we nog een vrije dag en op woensdag en donderdag gaan we weer naar huis (ruim 1300 km). Al met al een mooie afsluiting van de zomer van 2021 ! 

dinsdag 1 september 2020

Week 12/13 Van Limoges naar Neuvic/Puy de Pont (9 d. - 154 km, totaal 1.224 km)

 

De geplande 2 weken eind april/begin mei gaan niet door vanwege Corona. Dat is natuurlijk jammer, maar klein leed in vergelijking met hoe anderen geraakt worden.

Nadat zowel in Nederland als in Frankrijk de beperkingen weer wat teruggebracht worden, komt de camino weer in beeld, maar we besluiten om niet direct per 1 juli naar Frankrijk af te reizen. Het plan is om dat op 13 augustus te doen.

We krijgen een uitnodiging om vanaf 10/8 aan te schuiven op het vakantie-adres van onze zoon en schoondochter, met hun 3 kinderen. Dat is natuurlijk heel erg leuk. Op zondag de 9e vertrekken we naar de Bourgogne. We overnachten in Montigny-le-Roi, waar we 20 jaar eerder auto-pech hebben gehad en waarvandaan we uiteindelijk na 2 extra overnachtingen met de trein naar Nederland zijn gereisd. De auto en aanhanger met tenten, fietsen en bagage kwamen een week later.

Terug naar nu, naar de camino, op 14/8 vertrekken we vanuit de Bourgogne naar Aixe-sur-Vienne, net onder Limoges.


Dag 1, van Limoges naar Aixe-sur-Vienne (13 km)

We kunnen vanaf de camping te voet naar het station. De dag ervoor zijn de treinkaartjes al online gekocht en aan de SNCF-app toegevoegd. De mondkapjes gaan mee, want dat is ook in Frankrijk verplicht in het openbaar vervoer.





Het is leuk om weer in Limoges te zijn, bij het mooie station Saint Benedictins. We lopen naar de kathedraal. De sfeer in Frankrijk is niet veel anders dan in Nederland, wat corona betreft. Het is een ongemakkelijk gezicht met mondkapjes in winkels, en soms op straat. Het is in de stad tamelijk rustig, maar ook hier zie je hoe er verschillend wordt omgegaan met de regels. Sommigen die de regels aan hun laars lappen, anderen die erg voorzichtig zijn.  Onze  Britse overbuurman op de camping klaagt over het gebrek aan discipline bij de Fransen. Hij gaat de dag erop zijn vrouw afhalen van het vliegveld, maar zij is verpleegster en er is net een verscherping van het corona-beleid afgekondigd in het VK. Iedereen die terugkeert uit Frankrijk (of Nederland) moet 14 dagen in quarantaine.

We lopen langzaam Limoges uit, en afgezien van het historische centrum, is het gewoon een grote stad. Het duurt lang voordat je de laatste huizen achter je laat. Het is warm, tot 28 graden, maar de wandeling is beperkt, en vaak in de schaduw.

 

Dag 2, van Aixe-sur-Vienne naar Les Cars (19 km)

Op deze zondag brengen we eerst de auto naar Les Cars (parkeren bij de kerk) en gaan dan op de fiets (15 km) terug naar de camping, waarvandaan we deze etappe kunnen vertrekken. Het is gelukkig minder warm. Het is een mooie wandeling, grotendeels over weggetjes, door het glooiende boeren-land. Om een uur of 5 komen we aan bij de auto.

 


Dag 3, van Les Cars naar Firbeix  (17 km)

Ook nu maken we gebruik van de fiets. In een eerdere planning waren ook overnachtingen-onderweg ingepland, maar vanwege Corona vermijden we die dit jaar. We brengen de auto naar Firbeix, het einde van de etappe, en fietsen (15 km) naar Les Cars.

Het is deze dag bewolkt, en we lopen zo’n 40 minuten in de regen. Het grijze weer maakt de hele wandeling wat minder mooi, maar dat hoort er ook bij.

De volgende dag verkassen we naar een nieuwe camping in St. Jory de Chalais. Deze camping is van Engelse eigenaren, en Russ vertelt dat een paar dagen daarvoor de camping nagenoeg is leeggestroomd, nadat in Engeland een quarantaine-verplichting is afgekondigd voor reizigers die uit Frankrijk terugkomen. Het is een mooie camping, en wij kunnen kiezen uit de mooiste plekken, langs de rand. We hebben het zwembad voor onszelf. Ook hier mondkapjesplicht in het sanitairgebouw.

 




Dag 4 Van Firbeix naar kruising met D98 (13 km)

Onze oorspronkelijke etappe van 28 km hebben we maar in twee-en geknipt omdat de combinatie met een uur fietsen er wel in hakt. En fietsen in deze omgeving is inderdaad heuvel-op, heuvel-af.

We zetten de auto neer waar de camino de D-98 kruist en fietsen naar Firbeix. Na een kopje koffie in het weg-cafe, vertrekken we om 11 uur. Het wordt die dag 30 graden, dus zijn we blij met de beperkte lengte, en de schaduw in het bos.


We komen door Chalus, een kruispunt van historische wegen. Noord-Zuid, van Spanje naar Limoges, en Oost-West, van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan. In 1199 is hier Richard I, Koning van Engeland (Richard Lionhearted) door een boogschutter gedood bij zijn belegering van het strategisch gelegen kasteel. Het Zuid-Westen van Frankrijk was toen onderdeel van het Engelse koninkrijk. Het kasteel is er nog, althans de ruïne, de toren is gerestaureerd. De naam, Richard Coeur de Lion, kom je er overal tegen.

Uit wikipedia: Bij terugkomst in Engeland wist Richard zijn broer Jan zonder Land te onderwerpen. Tot 1198 voerde hij vervolgens oorlog tegen het Frankrijk van zijn voormalige bondgenoot Filips II die probeerde enkele gebieden op het vasteland in te nemen. Tijdens het beleg van het kasteel Châlus in Limousin werd Richard in zijn schouder dodelijk getroffen door een pijl. Richard Leeuwenhart overleed op 6 april 1199 en werd opgevolgd door zijn broer Jan zonder Land. Richard’s hersenen werden begraven in de Abdij van Charroux in Poitou, zijn hart in de kathedraal van Rouen en de rest van zijn lichaam werd bijgezet in de Abdij van Fontevraud in Anjou.

Volgens de tekst bij het kasteel liggen zijn ingewanden begraven in de kapel van het kasteel, gekke jongens die Fransen. Om 3 uur zijn we bij de auto.


 

Dag 5 Van kruising met D98 naar Thiviers (15 km)

Na een vrije dag, met 30 graden, vertrekken vanaf de camping met de auto naar Thiviers. We fietsen naar het eindstation van de vorige dag (12 km). Bij ons vertrek passeert een mede-caminoganger maar die heeft zich kennelijk voorgenomen om geen contact te leggen, want alleen op ons uitdrukkelijke “bonne route” komt er een gemompeld “vous-aussi”. Halverwege de route halen we hem in als hij “in retraite” met zijn handen hooggeheven naar een boom staat.

Het is warm, maar de ijssalon in Thiviers heeft lekker ijs. We halen een stempel bij de VVV.


 

Dag 6 Van Thiviers naar Sorges (19 km)

Ook deze dag is er afwisseling tussen zon en wolken, maar het is wel ca. 25 graden. De fietsroute vanuit Sorges (tegenover Auberge de la Truffe) is 14 km.  Het is weer een mooie route, deels door heuvelachtig boerenland, en deels door de bossen.

De volgende dag verkassen we naar Saint Astier en zijn voor 12 uur op de camping, zodat de receptie nog net open is. Ook hier is de camping bijna leeg, maar wel weer met een zwembad.

 


Dag 7  van Sorges naar Perigueux (23 km)

Deze etappe stond al te boek als de zwaarste van deze serie, en dat klopt ook wel. We vertrekken vanaf de camping om 8:15 en zijn terug om 19:00 uur, met 23 km fietsen en 23 km lopen. Het was nog zoeken naar een goede fietsroute (deze is ingepland via Basecamp op de Garmin, zodat je de goede route kiest, en in een grote stad is dat extra lastig). Maar het is dan wel prachtig om bij aankomst  het dorp Sorges te zien liggen tussen de glooiende zonnebloemvelden. Ook de wandeling begint door het mooie glooiende landschap. Later lopen we ook veel door de bossen, en dat is eigenlijk prima met een temperatuur van 28 graden. In Perigueux lopen we door het historische centrum naar de Cathedrale Saint Front, waar we een stempel halen. Pelgrims mogen gratis het klooster bezoeken (normaal EUR 1,50 !) maar we zijn te moe en bedanken voorzichtig. Het orgel speelt in de kathedraal, maar we gaan gauw op zoek naar onze auto, want de fietsen moeten nog worden opgehaald in Sorges. We zijn al-met-al nog wel 1,5 uur bezig voordat we op de camping zijn.

 

Dag 8 van Perigueux naar Saint Astier (24 km)

Na een vrije dag, waarop het opnieuw 32 graden wordt, gaan we met de trein naar Perigueux. Na een kopje koffie op een terras in het oude centrum, zoeken we de route op. We lopen langzaam de stad uit. De route is tamelijk stijgend en dalend, maar niet bijzonder mooi.  Een mooi stukje is bij de Abbaye de Chancellade. We lopen de abdij nog even in, en deze is prachtig, met 2 oude fresco's. Een mevrouw is het koperen doopvont aan het oppoetsen, en vertelt over de de Engelse overheersing over Aquitaine in de middeleeuwen.



We lopen grotendeels in de schaduw. Circa 10 kilometer voor Saint Astier komen we in het dal van de Isle. De brede slingerbewegingen van de rivier zijn afgesneden met kanalen, die nu niet meer gebruikt worden. Het dal is heel erg breed zodat de wandeling vanaf dat moment erg vlak is. Je waant je tussen de maisvelden in Nederland. Er is een aangelegde fietsroute, zodat we flink kunnen doorstappen, maar met de extra kilometers in Perigueux is het dagtotaal toch nog 27 km. Om 5 uur lopen we langs de camping, maar we halen eerst nog een ijsje in het dorp.

 




Dag 9 Van Saint Astier naar Puy de Pont (bij Neuvic – 12 km).

Voor deze laatste dag hebben we onszelf maar een korte etappe toebedeeld. We zetten de auto op het eindpunt en fietsen terug naar de camping (13 km – deels over de Voie Verte). Ook deze dag wordt het 30 graden, en is het landschap meer open. Dat geeft dus mooie vergezichten. Afgezien van de zwermen vliegen die ons belagen, is het een mooie wandeling.

Met covid-19 is het toch wel een bijzondere versie van onze tocht door Frankrijk. De overnachtingen onderweg hebben we wel gemist dit jaar. Maar eens kijken hoe het met de bestrijding van het virus gesteld is als we de volgende etappes gaan doen.

zaterdag 18 mei 2019

Week 10/11: van Chateauroux naar Limoges (8d. - 190 km / nog 500 in Frankrijk)



Ook deze keer zijn we niet aan schoolvakanties gebonden en kunnen we wat langer gaan. De etappes zijn thuis al uitgedacht en de SNCF-app is geïnstalleerd omdat het reizen meestal met de trein zal gebeuren. We vertrekken op dinsdag 7 mei en rijden de eerste dag naar Troyes en lopen ’s avonds nog even de stad in. Als we op de volgende dag een eerste stop willen houden pak ik met de mover van de caravan een dwarsliggend stuk trottoirband mee (aan die kant is de oprit helemaal kapotgereden door vrachtauto’s). Het gevolg is dat de mover tegen het wiel gedrukt wordt, vervolgens doormidden breekt en de caravanband lek steekt. Daarna zit de mover zodanig kort op de ophanging van het wiel  dat de restanten van de mover  niet door mij weg te halen zijn. Bovendien zitten de bouten waarmee de mover is vastgezet zo vast dat ik deze niet loskrijg. Het verwisselen van het wiel lukt nog wel, maar voor het demonteren van de mover bellen we de pechdienst van de autoroute, via de praatpaal die bij de ingang van het benzinestation staat. De monteur begint met te vragen wat hij ziet (hij heeft kennelijk geen verstand van caravans), maar als ik hem uitleg wat er volgens mij moet gebeuren kan hij de mover wel demonteren. Hij laat de truc zien waarbij hij via het ringsleuteldeel, de steeksleutel verlengt en daarmee meer kracht kan zetten (langere hefboom). Na 2,5 uur kunnen we verder. Gelukkig hadden we die dag veel tijd over zodat we om een uur of 4 aankomen op de kleine camping van Crozant. We zijn de enige gasten.





1e driedaagse (Chateauroux – Velles (17,5 km) – Argenton-sur-Creuse (21,3 km) – Crozant (31,8 km)) – was het een wolf of was het een vos ?

Op donderdag de 10e gaan we met de auto naar Saint Sebastien, om daar de trein naar Chateauroux te nemen. Nog voor 11 uur beginnen we aan onze eerste wandeldag. Het is wat grijs en koud en af en toe moet het regenpak aan, maar het regent minder dan verwacht. Als we in het bos lopen zien we opeens een dier staan in een zijpad. Is het een wolf ? In eerste instantie hebben we het over een vos, maar door de grijze vacht en de hogere poten denken we toch dat het een wolf geweest zou kunnen zijn (er leven er ongeveer 400 in Frankrijk).


We hebben van tevoren al gebeld of de Refuge Communal in Velles open is,  Als we aan komen lopen is het toch nog zoeken naar de ingang, dus bellen we opnieuw met het gemeentehuis. Meneer Ageorge wordt opgetrommeld en deze geeft ons instructies en de sleutel. Net als op de camping zijn we hier de enige gasten (op 14 bedden). Het blijkt een oude kostschool te zijn waar alles nog in oude staat is, met slaapzalen, kasten, woonkamer etc. Alleen staat er nu ook een koelkast en een kookplaat. We behelpen ons met de aanwezige blikken Ravioli, Cassoulet en Zuurkool. Het is allemaal wat vreemd, maar het werkt wel prima. De volgende ochtend, nadat we brood hebben gehaald bij de boulangerie, kan de sleutel bij het gemeentehuis in de brievenbus worden gedaan.

We wandelen een mooie route naar Argenton-sur-Creuse, waar we een kamer hebben geboekt in Hotel Beausejour. Het is een klein hotel, pal in het centrum van het stadje, met ’s avonds een restaurant annex pizzeria, annex hamburgertent. ’s Morgens kun je er vanaf 7 uur ontbijten.

Op dag 3 vertrekken we om half 9 omdat we deze dag 32 km voor de boeg hebben. Het wordt een zonnige dag, wel koud met ca. 13 graden en veel wind. Het blijkt ook een route met flink wat (zeker 500 m.) stijgen en dalen, dus al met al een hele inspanning. 
In Gargilesse staat het Maison George Sand, een bekende schrijfster en feministe uit de 19e eeuw

Onderweg komen we wandelaars tegen waarbij de bagage wordt gedragen door een ezel. Later horen we dat de ezel inderdaad het smalle en sterk stijgende en dalende pad niet opdurfde, en dat de wandelaars terug moesten. De ezel “bepaalt”. 



We hebben tien uur nodig om in Crozant (bij onze caravan) te komen, en zijn behoorlijk “aan de lat”. Op de camping zijn er gasten bijgekomen, twee Belgische twintigers (Oliver en zijn vriendin) met een tentje. Zij lopen de hele route naar Santiago. Het zijn aardige gasten uit Antwerpen, ze hebben hun baan opgezegd en genieten van alles dat ze onderweg tegenkomen.



Dag 4 (Crozant naar La Souterraine, 24,5 km)

Na een kilometer of wat is de stijfheid van de inspanning van de vorige dag gelukkig verdwenen. Het is mooi weer en de route naar La Souterraine is prachtig. 

Na een rustpauze merkt Ineke dat ze haar pet kwijt is. Als we een km of 6 verder zijn stopt er opeens een rood autootje naast ons met daarin de vrouw die we waren tegengekomen met haar hond. Of deze pet misschien van ons was ? Aan het eind van de dag nemen we de trein (10 min.) naar Saint Sebastien. Als we nog tijd hebben voor een kopje koffie komen Oliver en zijn vriendin ook binnenstappen. We gaan met de auto terug naar de camping. De volgende dag gaan we verkassen naar camping Le Beaufort in St. Leonard-de-Noblat.




2e driedaagse (naar Benevent l’Abbaye 21,5km, Les Billanges 28,9 km en St. Leonard-de-Noblat 22,1 km)

Als eerste gaan we met de auto naar La Souterraine. 

De eerste overnachting is 2 dagen eerder al besproken, aan de telefoon wordt al duidelijk dat het Britten zijn die de refuge runnen. We vertrekken tegen 11 uur uit La Souterraine en komen rond vier uur aan. Mevrouw komt ons achterop rijden om de deur open te doen omdat andere gasten al eerder zijn aangekomen. We zijn nu met 8 man (3x Frans, 3x Belg en 2x Nederlander). Deze refuge biedt ook avondeten en ontbijt (€ 35 p.p). Het blijkt dat er een grote pan klaar staat met een soort chili con carne, maar dan zonder vlees. De rijst of couscous moet je nog zelf bereiden en voor het ontbijt van de volgende dag staat er ook het nodige klaar. Wij hebben de bovenverdieping voor onszelf, alleen wordt er kennelijk verwacht dat je eigen lakens meeneemt want er ligt alleen een onderlaken op het matras. Een zoektocht in de kasten levert echter nog wat dekbedhoezen op dus die hebben we er zelf maar bijgepakt. De Belgen hebben niet genoeg aan de chili(soep) en halen zelf bij de slager nog spek om die met eieren te bakken. Het Franse echtpaar is ook niet erg tevreden over de maaltijd (zie later).

De overnachting voor dag 2 is ook gereserveerd. Het Franse stel gaat daar ook heen. ’s Avonds komen we hen dus weer tegen in de refuge (Chez Francoise). In Benevent waren ze nog wat stug maar in Les Billanges hebben we een poosje zitten kletsen. Ze geven ook nog maar eens aan hoe het wel hoort in een refuge waar je ook voor je eten betaalt ten opzichte van de “soup des haricots” in Benevent.

Francoise is een bijzonder type, kunstzinnig gezien de inrichting van het huis, maar het komt allemaal nogal rommelig over. Ze heeft wel in de gaten dat we geen lakens of slaapzak bij ons hebben en belooft ernaar op zoek te gaan. Inderdaad komt ze later terug met een lakenpakket. We wachten tot het tijd is om te eten. Opeens horen we het geluid van een accordeon. Het blijkt Francoise te zijn die op deze manier haar gasten laat weten dat ze aan tafel kunnen.  Dit keer eten we samen (5 Fransen en 3 Nederlanders) en dat is zeker gezellig. De houtkachel wordt aangestoken en Francoise zet een 5ltr pak rode wijn klaar. De andere Nederlander is Jan uit Helmond, een gepensioneerde pastoraal medewerker, die ook 2 keer in in Zuid-Ameika (Chili) heeft gewerkt, tijdens het regime Pinochet (vanaf 1974) en ook nog vanaf 1988. Hij (is wel getrouwd maar) gaat elk jaar een maand wandelen en heeft al heel wat kilometers in de benen (camino’s in Spanje, Portugal en nu in Frankrijk). Francoise brengt nog een pannekoek als toetje en sluit de maaltijd af met een stempel in je paspoort (daarna kun je betalen) en een lied waarbij ze zichzelf begeleidt op de accordeon. Iedereen gaat op tijd naar bed.

Op dag 3 zijn de vroege lopers al om half zeven opgestaan zodat ze om half acht kunnen vertrekken. Wij zijn wat later maar vertrekken om 8:15 naar St. Leonard-de-Noblat, waar de caravan staat. Het is nog steeds stralend weer. 

In St. Leonard de Noblat is de kerk aan Leonard de Noblat gewijd. Volgens de overlevering is hij de beschermheilige van de gevangenen Het is de laatste dagen iets warmer, met minder wind.

Dag 8

Dit keer vertrekken we om 8:15 vanaf de camping. 

Het weer is omgeslagen, de eerste 3 uur is het bewolkt, maar nog wel droog. Vanaf een uur of 11 begint het zachtjes te regenen, we eten onze broodjes in de overkapte ingang van de kerk. In de Cathedrale St Etienne komen we Jan nog weer tegen, die in het klooster gaat overnachten, maar pas vanaf 4 uur terecht kan. In de kerk komt een vrijwilliger op ons af met de vraag of we een stempel in ons pelgrimpaspoort willen, aan het eind beveelt hij de collectebus voorin de kerk nog even aan, maar geef hem eens ongelijk. De SNCF-app had al aangegeven dat er een snelle verbinding (32 min) is naar La Souterraine om 15:03. Vanaf daar is het nog een uurtje rijden terug naar de camping..

De regen op de laatste dag kan de pret niet drukken want we hebben Limoges gehaald !

dinsdag 11 september 2018

Week 9: van la Charite-sur-Loire naar Chateauroux (6 d. - 136 km - totaal 880 km)

Voorbereiding

Omdat Ineke gestopt is met haar werk hebben we nu de mogelijkheid om wat vroeger in het najaar te gaan (2e helft september in plaats van in de herfstvakantie aan het einde van oktober). Bovendien kunnen we wat meer tijd nemen, het wordt 13 dagen. De verdeling in tijd is dan 4 dagen reizen, 1 dag om te verkassen, 2 rustdagen en 6 dagen lopen. De route is goed te verdelen in etappes, 3 van ieder 20 km tot aan Bourges, en daarna 3 etappes die wat langer zijn (26, 28 en 24 km) naar Chateauroux. In het eerste deel is er een busverbinding langs onze etappe-plaatsen, en in het 2e deel is er ook nog een treinverbinding. De bustijden zijn duidelijk gekoppeld aan de centrum-functie van Bourges, de heen-reizen zijn er alleen voor 8 uur, en de terugreizen tussen 6 en 7 uur 's avonds. We kunnen onze wandelplanning erop aanpassen.


Als voorbeeld een detail-plaatje met de wandeling van La Charité-sur-Loire naar Couy. De wandeling op de eerste dag vanaf de camping op het eilandje in de rivier.


Start – van Charité sur Loire naar Couy (20 km)

De reis verloopt goed. De kortste route is via Parijs, maar we gaan via Maastricht en Reims omdat we anders net aan het einde van de dag bij Parijs zouden uitkomen. Er is dan teveel drukte op de rondwegen om Parijs en er is te weinig gelegenheid voor het vinden van een leuke camping. We komen tot vlakbij Troyes en overnachten in Méry-sur-Seine, daarvandaan hebben  we vorig jaar een aantal etappes gedaan. De volgende dag gaan we door naar La Charité sur Loire, waar we in mei ook op de camping hebben gestaan. Helaas gaat  restaurant “De zwarte kip – La Poule Noire” pas op de 17e weer open.  We beginnen met een vrije dag, we bezoeken wijnstadje Sancerre en zetten daarna de auto neer in Couy, het eindpunt van de eerste etappe. We gaan met de fiets terug naar de camping (17 km).

Op zondag hebben we de tijd aan onszelf, maar we vertrekken op tijd om de warmte een beetje voor te zijn. Het is een mooie dag met een maximum temperatuur van 28 graden, geen wolkje aan de lucht, en 20 km te lopen. De route loopt gedeeltelijk door bos en verder over akkers en kleine weggetjes. De meeste gewassen zijn al geoogst, alleen staat er nog wat maïs en zonnebloemen, die  helemaal verdroogd en bruin geworden zijn.  Onderweg komen we een oude vriend tegen, de vuursalamander (zie foto en zie ook week 2).

Voor ons lopen twee Nederlanders, die enkele jaren geleden vanuit Laren zijn vertrokken. We halen ze langzaam in. Zij lopen die dag 28 km met volledige bepakking. In Couy komen we eerst even bij van de warmte, daarna gaan we met de auto naar de camping.


Dag 2 – van Couy naar Brécy (20 km)

We zetten de auto opnieuw in Couy. Met een temperatuur tot 31 graden is dit de warmste dag. De omgeving blijft hetzelfde als de dag ervoor, alleen gaan we nu iets meer langs de doorgaande weg. Er is niet veel verkeer maar het loopt minder plezierig. In Brécy komt net een begrafenisstoet uit de kerk,  de deelnemers lopen gezellig kletsend achter de rouw-auto. De bushalte staat aangegeven als Brécy-Bourg, maar het is onduidelijk waar dat precies is. We zijn meerdere haltes tegengekomen en meestal staat de halteplaats dan vermeld en is er een schema met vertrektijden. We worden doorverwezen naar Claudette, van restaurant Chez-Claudette, maar zij heeft ook geen idee. Iemand anders beweert dat er helemaal geen bus stopt in Brécy maar eindigt met “oh ja, misschien toch één om 18:00 uur, maar dat is alleen een schoolbus”. Dat klopt dan wel weer want lijn 120 is in principe een schoolbus, die alleen ’s morgens vroeg en rond 18:00 uur rijdt en dan tevens als lijnbus. Op de “horaire” die bij de Mairie hangt blijkt dat er nog een andere halte is in Brécy, dus die zoeken we maar op. De bus komt pas om 19:00 uur en is ook nog 10 minuten te laat, dat houdt het spannend, maar brengt ons netjes terug in Couy.



Dag 3 – van Brécy naar Bourges (20 km)

We kunnen ook nu rustig vertrekken omdat we weer dezelfde  late bus hebben. We zetten de auto in Brécy.  Er is een beetje bewolking maar het is met 28 graden nog steeds erg warm. Ook nu regelmatig langs een weg. Op een gegeven moment lopen we kilometers op een oude romeinse weg, daarvandaan zien we de kathedraal hoog boven de stad uitsteken. Vanwege de nieuwe rondweg om Bourges (snelweg) moeten we in totaal 1,8 km omlopen, om een viaduct over die rondweg te kunnen gebruiken. In de Kathedraal halen we een stempel in ons paspoort. De dame is bijzonder vriendelijk en vraagt of we nog onderdak nodig hebben. De kathedraal stamt uit de 12e eeuw en is prachtig, het is de grootste gotische kathedraal van Frankrijk. In het hoofdportaal zie je een duidelijke afbeelding van wat er met je gebeurt als je in de hemel of in de hel terechtkomt.





We gaan met dezelfde lijn terug naar Brécy. Vanaf half zeven komen de bussen af en aan rijden, veel van dezelfde maatschappij. Ook al staan er andere lijnnummers aangegeven, vragen we toch maar of het niet onze bus is, maar na 3 keer “non, apres” wachten we geduldig op de onze. En ja hoor lijn 120 rijdt ook vandaag, we worden vriendelijk welkom geheten door dezelfde chauffeur als de dag ervoor.



Dag 4 – Van Bourges naar Charost (26 km)

Nog een mooie dag. We vertrekken om 7:00 uur vanaf de camping omdat het dan nog niet zo warm is. Het wordt een graad of 28 en ook nu lopen we veel langs de weg. Op een gegeven moment is het kilometers lang langs het terrein van wapenfabriek Luchaires. Er zijn zwaar bewapende bewakers aan de poort en een hoog hek met veel bewakingscamera’s. In Charost is alles gesloten, zelfs het cafe. De bus (halte Cafe du Centre) is weer 10 minuten te laat, voorin zitten de twee Nederlanders van een paar dagen geleden. Zij hebben 5 dagen gelopen tot Issoudun en in Charost boven de school geslapen. Ze vertellen dat de sleutelcode van de deur  je telefonisch wordt meegedeeld als je het nummer belt dat bij de ingang staat vermeld. De bijdrage voor de nacht kun je achterlaten, maar je moet wel om 8:15 vertrokken zijn want daarna begint de school. Volgend voorjaar gaan ook zij weer verder. In Bourges pakken wij de fiets die we de avond ervoor op het station hebben gezet.





Dag 5 – Van Charost naar Neuvy Pailloux (28 km)

 Er is regen voorspeld voor vandaag. Niet veel dus met de mooie dagen van daarvoor  zijn we overmoedig en besluiten om alleen een regenjas mee te nemen. We lopen toch in de korte broek, dus wat kan ons gebeuren ? Maar na 2 uur lopen komt er toch een flinke plensbui naar beneden. Vanwege de korte broek stroomt al het water langs je benen je schoenen in. We hebben nog 15 km te gaan, met natte voeten. Het blijft nog 2 uur regenen, de temperatuur is gekelderd naar 17 graden en we moeten flink doorlopen om een beetje warm te blijven. We lopen wel veel meer door de velden, over grasweggetjes, dus dat is mooi. Als de lucht langzaam breekt en we een beetje opdrogen voelen we ons een stuk beter. Maar van de natte voeten komen we niet af. Twee km vanaf de route, in Neuvy Pailloux komt de buslijn die we ook eerder in Charost hadden. De halte (Place de la Marie) ligt op een pleintje langs de weg en de bus is opnieuw een kwartier te laat. Ik kijk even om de hoek, om de weg goed te kunnen zien, en zie de bus aankomen. Ik loop vervolgens terug naar het hokje om mijn rugtas te pakken, maar wat schetst onze verbazing als de bus in volle vaart doorrijdt. Hij gaat niet over het pleintje, en de chauffeur kijkt niet eens opzij! Daar staan we dan, de laatste bus voor die dag hebben we dus gemist. Enige optie is dan nog een taxi bellen. Er is er één in Neuvy Pailloux, maar de chauffeur is onderweg dus krijgen we het mobiele nummer om rechtstreeks contact op te nemen. De telefoon wordt natuurlijk niet opgenomen en een voicemail inspreken lijkt niet zo zinvol. Dan maar andere taxi-bedrijven proberen. In Issoudun zitten er enkele, dat is aan de route, maar de eerste drie nemen ook niet op. Dus opnieuw naar de lokale taxi gebeld en hij belooft binnen 10 minuten terug te bellen. En inderdaad na 10 minuten staan zowel de man als zijn vrouw (de chauffeur) op het plein om te kijken wie er nu om een taxi heeft gebeld. Het is een aardige mevrouw, ze vertelt van alles. Ze wijst op een paar reeën in het veld en zegt dat  het jachtseizoen binnenkort wordt geopend. Ze vraagt of er in Nederland ook zoveel windmolens staan. Op onze vraag waar die grote rode masten voor zijn vertelt ze dat dat het zenderpark Issoudun is, met o.a. Radio France Internationale. Na een taxirit van een half uur zijn we toch nog om een uur of half zeven in Charost en pakken daar de auto terug naar de camping.



 Dag 6 – Van Neuvy Pailloux naar Chateauroux (24 km)

We gaan met de auto naar Neuvy Pailloux. Het is de laatste etappe voor deze periode, licht bewolkt, met af en toe een zonnetje. Prima om te lopen. Chateauroux is een grote plaats en daarvandaan gaat er op zaterdag één trein die stopt in Neuvy Pailloux, die vertrekt om 17:35. Daar kunnen we ons mooi op richten. Het wordt een rustige wandel-dag als mooie afsluiting. Onderweg komen we nog een sterk staaltje tegen van de Franse gewoonte om het rijdend materieel dat kapot is niet weg te doen. Als je genoeg ruimte om je huis hebt stal je het ergens om een hoekje en laat het daar gewoon staan.

We halen een stempel bij de VVV. De zondag erop is een vrije dag om bij te komen en Bourges te bezoeken, met o.a. het Palais Jacques Coeur. Hij had als motto “La vaillant, rien impossible – Voor een moedig hart is niets onmogelijk”. Hij is er aan het begin van de 16e eeuw stinkend rijk mee geworden, voornamelijk met de handel in stoffen. Maar nadat zijn beschermvrouwe aan het hof was overleden is hij door jaloerse concurrenten verraden en raakte hij al zijn bezit weer kwijt.  
De kathedraal komen we niet meer in, er is die zondag een bijzondere mis met de inzegening van Mgr. Jerome Beau als nieuwe aartsbisschop van Bourges. Alleen om de mis bij te wonen zijn we welkom.Rond de kathedraal is er veel zwaar bewapende beveiliging, alle tasjes van de kerkgangers worden gecontroleerd en er is veel politie op de been, kennelijk is dat nodig in het Frankrijk van nu.