dinsdag 21 september 2021

Week 15/16 van Neuvic naar Captieux (8d - 158 km, totaal 1.382 km)

 Na het indelen van alle etappes (thuis in Apeldoorn - voorpret) zijn we dan eindelijk weer begonnen aan de camino. In de reis naar het beginpunt paste goed een bezoek aan vrienden die een huisje hebben in de buurt van Autun, dus dat hebben we net achter de rug. Het kost een dag om van Autun naar Sainte Foy La Grande te rijden. We zitten daar op een mooie camping, en kijken uit op de Dordogne. We beginnen maar met een snipperdag om de overgang naar een ander ritme te markeren. Sainte Foy is een oud stadje, en sommige gebouwen hebben wel wat onderhoud nodig, maar dat zie je veel in Frankrijk. 


Dag 1-3: van Neuvic naar Mussidan (14 km), dan naar Fraisse (16 km) en daarna naar St. Foy (17 km)

Op dag 1 zetten we de auto neer in Mussidan, en gaan we met de fiets verder naar Neuvic-Gare, naar het gehucht Puy-de-Pont. Daar zijn we vorig jaar gestopt. De vuilnis-containers zijn gemoderniseerd, zodat ze nu deels ondergronds zijn. We zetten onze fietsen bij het bushokje. Het is een zonnige dag, met ca. 25 graden, en een mooie wandeling.



de route staat goed aangegeven



aankomst in Mussidan



Op de 2e dag zetten we de auto neer in Fraisse en gaan over de D20 met de fiets naar Mussidan.  Het is ruim 20 km fietsen over de de D20, met soms behoorlijk klimmen. Even bijkomen dus en daarna vertrekken we. Het gaat over een afwisselende route: over wijngaarden, langs bloeiende heide en door boerenland. Een collega-pelgrim (een Taiwanese uit Parijs) ligt te slapen, maar wordt wakker als we langskomen. Ze is al bijna een maand onderweg, maar stopt over 3 dagen.  Met een andere wandelaar maken we ook een praatje, hij loopt tot St. Jean Pied de Port. We proberen hem uit te leggen hoe wij het organiseren (fiets, caravan etc.), hij vindt het allemaal prima.

Op de 3e dag fietsen we vanaf de camping in Sainte Foy naar Fraisse. Als we bijna in Fraisse zijn komen we de Fransman van gisteren tegen. Hij kijkt verbouwereerd op, als we hem groeten. maar we vragen ons af wat hij ervan denkt als hij ons nu weer op de fiets ziet, in de tegengestelde richting rijdend. Het is opnieuw een mooie dag. Na de wandeling, in Sainte Foy la Grande aangekomen, zien we in de kerk dat het dit jaar Sint Jacobus-jaar is. Dat is elk jaar als de 25e juli op een zondag valt (circa 13 keer per eeuw). Er wordt een kleine tentoonstelling aan geweid, waarin is opgenomen het Jacobus-altaar dat in de kerk staat. Volgens de overlevering liggen de beenderen van de discipel Jacobus begraven in Santiago, of liever gezegd: er is een kathedraal over zijn graf gebouwd. Sindsdien is Santiago het grootste bedevaartsoord van Europa.

Het was gisteren al warm, maar met 32 graden is het deze dag nog warmer. Gelukkig is er ook wat bewolking, maar daardoor is het een klamme warmte.


aankomst in Sainte Foy La Grande



Daarna verkassen we met de caravan naar La Reole, de camping le Rouerge ligt pal aan de Garonne, vlakbij de oude brug uit 1934. Het is een hele mooie brug, maar hij is "suspendue". Je kunt er alleen als wandelaar of fietser nog overheen.

moeten we daar over ?





brug uit 1934 over de Garonne


Dag 4 en 5: van Sainte Foy naar Pellegrue (22 km), daarna naar La Reole (28 km)

We gaan met de trein weer terug naar Sainte Foy, om daar onze route te vervolgen. Omdat de verbindingen beperkt zijn, gaat deze treinreis over Bordeaux (bijna 2 uur, overstappen in Bordeaux). We stappen om 8:04 op de trein net tegenover de camping, aan de andere kant van de rivier. Het is een pittige wandeling, met veel stijgen en dalen. Opnieuw lopen we door de wijngaarden. Er is regen voorspeld voor de 2e helft van de dag, maar pas als we in Pellegrue aankomen vallen de eerste druppels.  We hebben in Pellegue gereserveerd bij de gemeentelijke refuge. De secretaire-ambtenaar van de gemeente begeleidt ons naar de refuge, aan de overkant van het pleintje, en geeft ons de code van de toegangsdeur. In onze gids staat vermeld dat je nog zou kunnen eten bij Chez Mireille, maar als we haar vragen geeft ze aan dat dit niet meer mogelijk is. Haar cafeetje staat ook te koop, en zo te zien is ze aan haar pensioen toe. Gelukkig is er een Intermarche-Contact op 300 meter, dus daar kopen we een maaltijdsalade, een sapje, een biertje, ontbijt en broodjes voor onderweg. 's Avonds in de Refuge zijn we samen met Nederlander Bas (onderweg vanaf half augustus met Santiago als einddoel) en Francaise Anna, die op zich wel vriendelijk is, maar ook heel erg moe. Met Bas zitten we 's avonds gezellig na te praten over de wederzijdse belevenissen.

aankomst in Pellegrue



In de Refuge staan 3 stapelbedden, Bas slaapt in het gedeelte waar ook de gezamenlijke tafel staat, en waar de badkamer op uitkomt, dus die wordt het meest gestoord. Anna slaapt in het andere stapelbed op onze kamer, en al met al blijkt de volgende ochtend dat iedereen een slechte nachtrust heeft gehad.

's Morgens om 9 uur is iedereen weer op pad, maar komen we elkaar nog een enkele keer tegen. Bas vertelt dat hij zijn pet is kwijt geraakt en nog geen goede heeft kunnen vinden. Ik stel hem voor de volgende dag bij ons langs te komen, dan kan hij mijn andere pet krijgen. Dit was weliswaar een cadeautje van Ineke, maar de camino lopen zonder bescherming tegen de zon gun je niemand.

De route van Pellegrue naar La Reole is wel de zwaarste etappe van dit jaar. Hij stond gepland op iets meer dan 25 km, maar zo hier en daar is het traject aangepast zodat het uiteindelijk ruim 28 km wordt. De knie van Ineke speelt nog regelmatig op, maar ze houdt zich goed aan de oefeningen en is wel in staat om alle dagen de eindstreep te halen.

even pauze






aankomst in La Reole



De volgende dag hebben we een snipperdag. Bas komt inderdaad langs aan het einde van de ochtend. Hij heeft niet veel tijd, want iemand heeft hem verkeerde route-instructies gegeven, en er was onduidelijkheid over de brug. Hij is blij met de pet. In de middag doen we boodschappen, halen nog een stempel in La Reole en komen bij van de inspanningen van gisteren.


Dag 6-8: Van La Reole naar Le Rivet (21 km), naar Bazas (22 km), daarna naar Captieux (18 km)

Op dag 6 vertrekken we vanaf de camping. We hebben de vorige dag de overnachtingen geregeld, maar op de bestemming van de eerste dag (Auros) was niets beschikbaar, of nam men de telefoon niet op. Het Chateau, met een slaapzaal voor 14 personen zat helemaal vol vanwege "une marriage". We hebben een alternatieve route via Le Rivet, waar de Abdij Sainte Marie du Rivet nog wel een kamer over heeft.  De regenverwachtingen voor die dag komen uit, we lopen de hele middag in de regen, zodat we uiteindelijk lopen te soppen in onze schoenen. Omdat het houden van pauzes niet erg aanlokkelijk is komen we vroeg aan en kunnen we nog meedoen met een laatste rondleiding. Het is ook in Frankrijk op de 3e zaterdag van september open monumentendag. De kamer is prima, gelukkig is er veel wc-papier zodat we onze schoenen zo goed mogelijk kunnen drogen. Het verblijf is inclusief maaltijd en ontbijt en we mogen ook wat brood meenemen voor onderweg. Betalen is niet nodig, maar je wordt we uitgenodigd om een bijdrage in de kosten te doen van 30 euro p.p.


's Avonds eten is dan wel weer bijzonder in het gastenverblijf, waar die avond ook een andere groep aan tafel zit. Volgens ons de "Amis" van de Abdij die op deze monumentendag hebben meegeholpen. Het eten is eenvoudig, maar prima. De volgende ochtend snijden we wat extra brood af en vinden we nog het restant van de notenkaas die bij het avondeten hoorde. In Auros kunnen we er nog een broodje bij kopen.


Op dag 7 lopen we naar Bazas. Het weer is wat opgeknapt. Het blijft in ieder geval droog. De temperatuur is nu gezakt tot rond de 20 graden, maar dat is prima om te wandelen. Onderweg worden we gewaarschuwd voor de duivenjacht die op een bepaald traject plaatsvindt. Bij de ingang moet je kenbaar maken dat je het gebied ingaat. Een wandelaar voor ons fluit, en aangezien Ineke goed op haar vingers kan fluiten doet ze dat ook maar. Later legt de wandelaar ons uit dat duiven schieten (palombiere) heel populair is. We zien ook een aantal installaties hangen waarmee een lokduif hoog in de bomen gehangen kan worden. De lokduif fladdert dan ook nog wat met zijn veren zodat andere duiven erop af komen. Ieder land heeft zijn bijzondere gewoontes.

Sifflez = fluiten, voordat je verder loopt

 

In Bazas hebben we gereserveerd op de slaapzaal van Chateau St. Vincent. We zijn redelijk op tijd maar op ons aanbellen wordt er niet open gedaan. We lopen om het Chateau heen en zien de deur naar het pelgrimsverblijf open staan, dus installeren we ons maar. Er staan 12 bedden, we kiezen een rustig hoekje uit. Ik ga naar de Carrefour Express om eten te halen voor 's avonds en de volgende dag. De restaurantjes op het plein voor de Kathedraal zijn alleen overdag open. Bij navraag aan de mevrouw van het Chateau blijken er nog 2 gasten te zijn in de slaapzaal. s' Avonds tegen 7 uur komt er inderdaad nog een echtpaar aan, waarvan de man naar Santiago fietst (vanuit Bourges), terwijl zijn vrouw met een busje hem begeleidt. Zij boekt de overnachtingen, doet de boodschappen etc. en wacht hem op bij de eindbestemming van de dag. Hij verwacht nog 12 dagen nodig te hebben om in Santiago aan te komen. Omdat zij helemaal aan het andere kant van de zaal liggen hebben we weinig "last" van elkaar. Alleen staan wij ruim een uur eerder op (om 6:30) , dus doen we dat maar zo stil mogelijk.

genoeg bedden op de slaapzaal



We ontbijten in het Chateau met de heer en mevrouw in een mooie eetkamer, waar voor alle gasten de tafel is gedekt.


Chateau St. Vincent



Om 7:35 lopen we Bazas in voor onze laatste etappe naar Captieux. Daarvandaan kunnen we met bus (lijn 512) en trein terug naar La Reole. Er gaat een bus om 17:33, maar ook een om 13:33. Door vroeg te vertrekken kunnen we inderdaad de bus van half twee halen. De route van vandaag is wel heel erg rechttoe - rechtaan, namelijk over een oude spoorlijn waar nu een fietspad is aangelegd. Een beetje saai, maar het loopt wel lekker door. Het blijft ook vandaag droog. Om 15:50 stappen we uit de trein.

Op de camping is de plantsoenendienst van de gemeente begonnen met het snoeien van de bomen. Men had ons graag verplaatst, maar ja we waren niet thuis. Na overleg met de campingbaas kunnen we gewoon blijven staan, en snoeien ze "onze" bomen wel nadat we zijn vertrokken.

snoeien van "onze" bomen wordt een dagje later




Op dinsdag hebben we nog een vrije dag en op woensdag en donderdag gaan we weer naar huis (ruim 1300 km). Al met al een mooie afsluiting van de zomer van 2021 ! 

dinsdag 1 september 2020

Week 12/13 Van Limoges naar Neuvic/Puy de Pont (9 d. - 154 km, totaal 1.224 km)

 

De geplande 2 weken eind april/begin mei gaan niet door vanwege Corona. Dat is natuurlijk jammer, maar klein leed in vergelijking met hoe anderen geraakt worden.

Nadat zowel in Nederland als in Frankrijk de beperkingen weer wat teruggebracht worden, komt de camino weer in beeld, maar we besluiten om niet direct per 1 juli naar Frankrijk af te reizen. Het plan is om dat op 13 augustus te doen.

We krijgen een uitnodiging om vanaf 10/8 aan te schuiven op het vakantie-adres van onze zoon en schoondochter, met hun 3 kinderen. Dat is natuurlijk heel erg leuk. Op zondag de 9e vertrekken we naar de Bourgogne. We overnachten in Montigny-le-Roi, waar we 20 jaar eerder auto-pech hebben gehad en waarvandaan we uiteindelijk na 2 extra overnachtingen met de trein naar Nederland zijn gereisd. De auto en aanhanger met tenten, fietsen en bagage kwamen een week later.

Terug naar nu, naar de camino, op 14/8 vertrekken we vanuit de Bourgogne naar Aixe-sur-Vienne, net onder Limoges.


Dag 1, van Limoges naar Aixe-sur-Vienne (13 km)

We kunnen vanaf de camping te voet naar het station. De dag ervoor zijn de treinkaartjes al online gekocht en aan de SNCF-app toegevoegd. De mondkapjes gaan mee, want dat is ook in Frankrijk verplicht in het openbaar vervoer.





Het is leuk om weer in Limoges te zijn, bij het mooie station Saint Benedictins. We lopen naar de kathedraal. De sfeer in Frankrijk is niet veel anders dan in Nederland, wat corona betreft. Het is een ongemakkelijk gezicht met mondkapjes in winkels, en soms op straat. Het is in de stad tamelijk rustig, maar ook hier zie je hoe er verschillend wordt omgegaan met de regels. Sommigen die de regels aan hun laars lappen, anderen die erg voorzichtig zijn.  Onze  Britse overbuurman op de camping klaagt over het gebrek aan discipline bij de Fransen. Hij gaat de dag erop zijn vrouw afhalen van het vliegveld, maar zij is verpleegster en er is net een verscherping van het corona-beleid afgekondigd in het VK. Iedereen die terugkeert uit Frankrijk (of Nederland) moet 14 dagen in quarantaine.

We lopen langzaam Limoges uit, en afgezien van het historische centrum, is het gewoon een grote stad. Het duurt lang voordat je de laatste huizen achter je laat. Het is warm, tot 28 graden, maar de wandeling is beperkt, en vaak in de schaduw.

 

Dag 2, van Aixe-sur-Vienne naar Les Cars (19 km)

Op deze zondag brengen we eerst de auto naar Les Cars (parkeren bij de kerk) en gaan dan op de fiets (15 km) terug naar de camping, waarvandaan we deze etappe kunnen vertrekken. Het is gelukkig minder warm. Het is een mooie wandeling, grotendeels over weggetjes, door het glooiende boeren-land. Om een uur of 5 komen we aan bij de auto.

 


Dag 3, van Les Cars naar Firbeix  (17 km)

Ook nu maken we gebruik van de fiets. In een eerdere planning waren ook overnachtingen-onderweg ingepland, maar vanwege Corona vermijden we die dit jaar. We brengen de auto naar Firbeix, het einde van de etappe, en fietsen (15 km) naar Les Cars.

Het is deze dag bewolkt, en we lopen zo’n 40 minuten in de regen. Het grijze weer maakt de hele wandeling wat minder mooi, maar dat hoort er ook bij.

De volgende dag verkassen we naar een nieuwe camping in St. Jory de Chalais. Deze camping is van Engelse eigenaren, en Russ vertelt dat een paar dagen daarvoor de camping nagenoeg is leeggestroomd, nadat in Engeland een quarantaine-verplichting is afgekondigd voor reizigers die uit Frankrijk terugkomen. Het is een mooie camping, en wij kunnen kiezen uit de mooiste plekken, langs de rand. We hebben het zwembad voor onszelf. Ook hier mondkapjesplicht in het sanitairgebouw.

 




Dag 4 Van Firbeix naar kruising met D98 (13 km)

Onze oorspronkelijke etappe van 28 km hebben we maar in twee-en geknipt omdat de combinatie met een uur fietsen er wel in hakt. En fietsen in deze omgeving is inderdaad heuvel-op, heuvel-af.

We zetten de auto neer waar de camino de D-98 kruist en fietsen naar Firbeix. Na een kopje koffie in het weg-cafe, vertrekken we om 11 uur. Het wordt die dag 30 graden, dus zijn we blij met de beperkte lengte, en de schaduw in het bos.


We komen door Chalus, een kruispunt van historische wegen. Noord-Zuid, van Spanje naar Limoges, en Oost-West, van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan. In 1199 is hier Richard I, Koning van Engeland (Richard Lionhearted) door een boogschutter gedood bij zijn belegering van het strategisch gelegen kasteel. Het Zuid-Westen van Frankrijk was toen onderdeel van het Engelse koninkrijk. Het kasteel is er nog, althans de ruïne, de toren is gerestaureerd. De naam, Richard Coeur de Lion, kom je er overal tegen.

Uit wikipedia: Bij terugkomst in Engeland wist Richard zijn broer Jan zonder Land te onderwerpen. Tot 1198 voerde hij vervolgens oorlog tegen het Frankrijk van zijn voormalige bondgenoot Filips II die probeerde enkele gebieden op het vasteland in te nemen. Tijdens het beleg van het kasteel Châlus in Limousin werd Richard in zijn schouder dodelijk getroffen door een pijl. Richard Leeuwenhart overleed op 6 april 1199 en werd opgevolgd door zijn broer Jan zonder Land. Richard’s hersenen werden begraven in de Abdij van Charroux in Poitou, zijn hart in de kathedraal van Rouen en de rest van zijn lichaam werd bijgezet in de Abdij van Fontevraud in Anjou.

Volgens de tekst bij het kasteel liggen zijn ingewanden begraven in de kapel van het kasteel, gekke jongens die Fransen. Om 3 uur zijn we bij de auto.


 

Dag 5 Van kruising met D98 naar Thiviers (15 km)

Na een vrije dag, met 30 graden, vertrekken vanaf de camping met de auto naar Thiviers. We fietsen naar het eindstation van de vorige dag (12 km). Bij ons vertrek passeert een mede-caminoganger maar die heeft zich kennelijk voorgenomen om geen contact te leggen, want alleen op ons uitdrukkelijke “bonne route” komt er een gemompeld “vous-aussi”. Halverwege de route halen we hem in als hij “in retraite” met zijn handen hooggeheven naar een boom staat.

Het is warm, maar de ijssalon in Thiviers heeft lekker ijs. We halen een stempel bij de VVV.


 

Dag 6 Van Thiviers naar Sorges (19 km)

Ook deze dag is er afwisseling tussen zon en wolken, maar het is wel ca. 25 graden. De fietsroute vanuit Sorges (tegenover Auberge de la Truffe) is 14 km.  Het is weer een mooie route, deels door heuvelachtig boerenland, en deels door de bossen.

De volgende dag verkassen we naar Saint Astier en zijn voor 12 uur op de camping, zodat de receptie nog net open is. Ook hier is de camping bijna leeg, maar wel weer met een zwembad.

 


Dag 7  van Sorges naar Perigueux (23 km)

Deze etappe stond al te boek als de zwaarste van deze serie, en dat klopt ook wel. We vertrekken vanaf de camping om 8:15 en zijn terug om 19:00 uur, met 23 km fietsen en 23 km lopen. Het was nog zoeken naar een goede fietsroute (deze is ingepland via Basecamp op de Garmin, zodat je de goede route kiest, en in een grote stad is dat extra lastig). Maar het is dan wel prachtig om bij aankomst  het dorp Sorges te zien liggen tussen de glooiende zonnebloemvelden. Ook de wandeling begint door het mooie glooiende landschap. Later lopen we ook veel door de bossen, en dat is eigenlijk prima met een temperatuur van 28 graden. In Perigueux lopen we door het historische centrum naar de Cathedrale Saint Front, waar we een stempel halen. Pelgrims mogen gratis het klooster bezoeken (normaal EUR 1,50 !) maar we zijn te moe en bedanken voorzichtig. Het orgel speelt in de kathedraal, maar we gaan gauw op zoek naar onze auto, want de fietsen moeten nog worden opgehaald in Sorges. We zijn al-met-al nog wel 1,5 uur bezig voordat we op de camping zijn.

 

Dag 8 van Perigueux naar Saint Astier (24 km)

Na een vrije dag, waarop het opnieuw 32 graden wordt, gaan we met de trein naar Perigueux. Na een kopje koffie op een terras in het oude centrum, zoeken we de route op. We lopen langzaam de stad uit. De route is tamelijk stijgend en dalend, maar niet bijzonder mooi.  Een mooi stukje is bij de Abbaye de Chancellade. We lopen de abdij nog even in, en deze is prachtig, met 2 oude fresco's. Een mevrouw is het koperen doopvont aan het oppoetsen, en vertelt over de de Engelse overheersing over Aquitaine in de middeleeuwen.



We lopen grotendeels in de schaduw. Circa 10 kilometer voor Saint Astier komen we in het dal van de Isle. De brede slingerbewegingen van de rivier zijn afgesneden met kanalen, die nu niet meer gebruikt worden. Het dal is heel erg breed zodat de wandeling vanaf dat moment erg vlak is. Je waant je tussen de maisvelden in Nederland. Er is een aangelegde fietsroute, zodat we flink kunnen doorstappen, maar met de extra kilometers in Perigueux is het dagtotaal toch nog 27 km. Om 5 uur lopen we langs de camping, maar we halen eerst nog een ijsje in het dorp.

 




Dag 9 Van Saint Astier naar Puy de Pont (bij Neuvic – 12 km).

Voor deze laatste dag hebben we onszelf maar een korte etappe toebedeeld. We zetten de auto op het eindpunt en fietsen terug naar de camping (13 km – deels over de Voie Verte). Ook deze dag wordt het 30 graden, en is het landschap meer open. Dat geeft dus mooie vergezichten. Afgezien van de zwermen vliegen die ons belagen, is het een mooie wandeling.

Met covid-19 is het toch wel een bijzondere versie van onze tocht door Frankrijk. De overnachtingen onderweg hebben we wel gemist dit jaar. Maar eens kijken hoe het met de bestrijding van het virus gesteld is als we de volgende etappes gaan doen.

zaterdag 18 mei 2019

Week 10/11: van Chateauroux naar Limoges (8d. - 190 km / nog 500 in Frankrijk)



Ook deze keer zijn we niet aan schoolvakanties gebonden en kunnen we wat langer gaan. De etappes zijn thuis al uitgedacht en de SNCF-app is geïnstalleerd omdat het reizen meestal met de trein zal gebeuren. We vertrekken op dinsdag 7 mei en rijden de eerste dag naar Troyes en lopen ’s avonds nog even de stad in. Als we op de volgende dag een eerste stop willen houden pak ik met de mover van de caravan een dwarsliggend stuk trottoirband mee (aan die kant is de oprit helemaal kapotgereden door vrachtauto’s). Het gevolg is dat de mover tegen het wiel gedrukt wordt, vervolgens doormidden breekt en de caravanband lek steekt. Daarna zit de mover zodanig kort op de ophanging van het wiel  dat de restanten van de mover  niet door mij weg te halen zijn. Bovendien zitten de bouten waarmee de mover is vastgezet zo vast dat ik deze niet loskrijg. Het verwisselen van het wiel lukt nog wel, maar voor het demonteren van de mover bellen we de pechdienst van de autoroute, via de praatpaal die bij de ingang van het benzinestation staat. De monteur begint met te vragen wat hij ziet (hij heeft kennelijk geen verstand van caravans), maar als ik hem uitleg wat er volgens mij moet gebeuren kan hij de mover wel demonteren. Hij laat de truc zien waarbij hij via het ringsleuteldeel, de steeksleutel verlengt en daarmee meer kracht kan zetten (langere hefboom). Na 2,5 uur kunnen we verder. Gelukkig hadden we die dag veel tijd over zodat we om een uur of 4 aankomen op de kleine camping van Crozant. We zijn de enige gasten.





1e driedaagse (Chateauroux – Velles (17,5 km) – Argenton-sur-Creuse (21,3 km) – Crozant (31,8 km)) – was het een wolf of was het een vos ?

Op donderdag de 10e gaan we met de auto naar Saint Sebastien, om daar de trein naar Chateauroux te nemen. Nog voor 11 uur beginnen we aan onze eerste wandeldag. Het is wat grijs en koud en af en toe moet het regenpak aan, maar het regent minder dan verwacht. Als we in het bos lopen zien we opeens een dier staan in een zijpad. Is het een wolf ? In eerste instantie hebben we het over een vos, maar door de grijze vacht en de hogere poten denken we toch dat het een wolf geweest zou kunnen zijn (er leven er ongeveer 400 in Frankrijk).


We hebben van tevoren al gebeld of de Refuge Communal in Velles open is,  Als we aan komen lopen is het toch nog zoeken naar de ingang, dus bellen we opnieuw met het gemeentehuis. Meneer Ageorge wordt opgetrommeld en deze geeft ons instructies en de sleutel. Net als op de camping zijn we hier de enige gasten (op 14 bedden). Het blijkt een oude kostschool te zijn waar alles nog in oude staat is, met slaapzalen, kasten, woonkamer etc. Alleen staat er nu ook een koelkast en een kookplaat. We behelpen ons met de aanwezige blikken Ravioli, Cassoulet en Zuurkool. Het is allemaal wat vreemd, maar het werkt wel prima. De volgende ochtend, nadat we brood hebben gehaald bij de boulangerie, kan de sleutel bij het gemeentehuis in de brievenbus worden gedaan.

We wandelen een mooie route naar Argenton-sur-Creuse, waar we een kamer hebben geboekt in Hotel Beausejour. Het is een klein hotel, pal in het centrum van het stadje, met ’s avonds een restaurant annex pizzeria, annex hamburgertent. ’s Morgens kun je er vanaf 7 uur ontbijten.

Op dag 3 vertrekken we om half 9 omdat we deze dag 32 km voor de boeg hebben. Het wordt een zonnige dag, wel koud met ca. 13 graden en veel wind. Het blijkt ook een route met flink wat (zeker 500 m.) stijgen en dalen, dus al met al een hele inspanning. 
In Gargilesse staat het Maison George Sand, een bekende schrijfster en feministe uit de 19e eeuw

Onderweg komen we wandelaars tegen waarbij de bagage wordt gedragen door een ezel. Later horen we dat de ezel inderdaad het smalle en sterk stijgende en dalende pad niet opdurfde, en dat de wandelaars terug moesten. De ezel “bepaalt”. 



We hebben tien uur nodig om in Crozant (bij onze caravan) te komen, en zijn behoorlijk “aan de lat”. Op de camping zijn er gasten bijgekomen, twee Belgische twintigers (Oliver en zijn vriendin) met een tentje. Zij lopen de hele route naar Santiago. Het zijn aardige gasten uit Antwerpen, ze hebben hun baan opgezegd en genieten van alles dat ze onderweg tegenkomen.



Dag 4 (Crozant naar La Souterraine, 24,5 km)

Na een kilometer of wat is de stijfheid van de inspanning van de vorige dag gelukkig verdwenen. Het is mooi weer en de route naar La Souterraine is prachtig. 

Na een rustpauze merkt Ineke dat ze haar pet kwijt is. Als we een km of 6 verder zijn stopt er opeens een rood autootje naast ons met daarin de vrouw die we waren tegengekomen met haar hond. Of deze pet misschien van ons was ? Aan het eind van de dag nemen we de trein (10 min.) naar Saint Sebastien. Als we nog tijd hebben voor een kopje koffie komen Oliver en zijn vriendin ook binnenstappen. We gaan met de auto terug naar de camping. De volgende dag gaan we verkassen naar camping Le Beaufort in St. Leonard-de-Noblat.




2e driedaagse (naar Benevent l’Abbaye 21,5km, Les Billanges 28,9 km en St. Leonard-de-Noblat 22,1 km)

Als eerste gaan we met de auto naar La Souterraine. 

De eerste overnachting is 2 dagen eerder al besproken, aan de telefoon wordt al duidelijk dat het Britten zijn die de refuge runnen. We vertrekken tegen 11 uur uit La Souterraine en komen rond vier uur aan. Mevrouw komt ons achterop rijden om de deur open te doen omdat andere gasten al eerder zijn aangekomen. We zijn nu met 8 man (3x Frans, 3x Belg en 2x Nederlander). Deze refuge biedt ook avondeten en ontbijt (€ 35 p.p). Het blijkt dat er een grote pan klaar staat met een soort chili con carne, maar dan zonder vlees. De rijst of couscous moet je nog zelf bereiden en voor het ontbijt van de volgende dag staat er ook het nodige klaar. Wij hebben de bovenverdieping voor onszelf, alleen wordt er kennelijk verwacht dat je eigen lakens meeneemt want er ligt alleen een onderlaken op het matras. Een zoektocht in de kasten levert echter nog wat dekbedhoezen op dus die hebben we er zelf maar bijgepakt. De Belgen hebben niet genoeg aan de chili(soep) en halen zelf bij de slager nog spek om die met eieren te bakken. Het Franse echtpaar is ook niet erg tevreden over de maaltijd (zie later).

De overnachting voor dag 2 is ook gereserveerd. Het Franse stel gaat daar ook heen. ’s Avonds komen we hen dus weer tegen in de refuge (Chez Francoise). In Benevent waren ze nog wat stug maar in Les Billanges hebben we een poosje zitten kletsen. Ze geven ook nog maar eens aan hoe het wel hoort in een refuge waar je ook voor je eten betaalt ten opzichte van de “soup des haricots” in Benevent.

Francoise is een bijzonder type, kunstzinnig gezien de inrichting van het huis, maar het komt allemaal nogal rommelig over. Ze heeft wel in de gaten dat we geen lakens of slaapzak bij ons hebben en belooft ernaar op zoek te gaan. Inderdaad komt ze later terug met een lakenpakket. We wachten tot het tijd is om te eten. Opeens horen we het geluid van een accordeon. Het blijkt Francoise te zijn die op deze manier haar gasten laat weten dat ze aan tafel kunnen.  Dit keer eten we samen (5 Fransen en 3 Nederlanders) en dat is zeker gezellig. De houtkachel wordt aangestoken en Francoise zet een 5ltr pak rode wijn klaar. De andere Nederlander is Jan uit Helmond, een gepensioneerde pastoraal medewerker, die ook 2 keer in in Zuid-Ameika (Chili) heeft gewerkt, tijdens het regime Pinochet (vanaf 1974) en ook nog vanaf 1988. Hij (is wel getrouwd maar) gaat elk jaar een maand wandelen en heeft al heel wat kilometers in de benen (camino’s in Spanje, Portugal en nu in Frankrijk). Francoise brengt nog een pannekoek als toetje en sluit de maaltijd af met een stempel in je paspoort (daarna kun je betalen) en een lied waarbij ze zichzelf begeleidt op de accordeon. Iedereen gaat op tijd naar bed.

Op dag 3 zijn de vroege lopers al om half zeven opgestaan zodat ze om half acht kunnen vertrekken. Wij zijn wat later maar vertrekken om 8:15 naar St. Leonard-de-Noblat, waar de caravan staat. Het is nog steeds stralend weer. 

In St. Leonard de Noblat is de kerk aan Leonard de Noblat gewijd. Volgens de overlevering is hij de beschermheilige van de gevangenen Het is de laatste dagen iets warmer, met minder wind.

Dag 8

Dit keer vertrekken we om 8:15 vanaf de camping. 

Het weer is omgeslagen, de eerste 3 uur is het bewolkt, maar nog wel droog. Vanaf een uur of 11 begint het zachtjes te regenen, we eten onze broodjes in de overkapte ingang van de kerk. In de Cathedrale St Etienne komen we Jan nog weer tegen, die in het klooster gaat overnachten, maar pas vanaf 4 uur terecht kan. In de kerk komt een vrijwilliger op ons af met de vraag of we een stempel in ons pelgrimpaspoort willen, aan het eind beveelt hij de collectebus voorin de kerk nog even aan, maar geef hem eens ongelijk. De SNCF-app had al aangegeven dat er een snelle verbinding (32 min) is naar La Souterraine om 15:03. Vanaf daar is het nog een uurtje rijden terug naar de camping..

De regen op de laatste dag kan de pret niet drukken want we hebben Limoges gehaald !

dinsdag 11 september 2018

Week 9: van la Charite-sur-Loire naar Chateauroux (6 d. - 136 km - totaal 880 km)

Voorbereiding

Omdat Ineke gestopt is met haar werk hebben we nu de mogelijkheid om wat vroeger in het najaar te gaan (2e helft september in plaats van in de herfstvakantie aan het einde van oktober). Bovendien kunnen we wat meer tijd nemen, het wordt 13 dagen. De verdeling in tijd is dan 4 dagen reizen, 1 dag om te verkassen, 2 rustdagen en 6 dagen lopen. De route is goed te verdelen in etappes, 3 van ieder 20 km tot aan Bourges, en daarna 3 etappes die wat langer zijn (26, 28 en 24 km) naar Chateauroux. In het eerste deel is er een busverbinding langs onze etappe-plaatsen, en in het 2e deel is er ook nog een treinverbinding. De bustijden zijn duidelijk gekoppeld aan de centrum-functie van Bourges, de heen-reizen zijn er alleen voor 8 uur, en de terugreizen tussen 6 en 7 uur 's avonds. We kunnen onze wandelplanning erop aanpassen.


Als voorbeeld een detail-plaatje met de wandeling van La Charité-sur-Loire naar Couy. De wandeling op de eerste dag vanaf de camping op het eilandje in de rivier.


Start – van Charité sur Loire naar Couy (20 km)

De reis verloopt goed. De kortste route is via Parijs, maar we gaan via Maastricht en Reims omdat we anders net aan het einde van de dag bij Parijs zouden uitkomen. Er is dan teveel drukte op de rondwegen om Parijs en er is te weinig gelegenheid voor het vinden van een leuke camping. We komen tot vlakbij Troyes en overnachten in Méry-sur-Seine, daarvandaan hebben  we vorig jaar een aantal etappes gedaan. De volgende dag gaan we door naar La Charité sur Loire, waar we in mei ook op de camping hebben gestaan. Helaas gaat  restaurant “De zwarte kip – La Poule Noire” pas op de 17e weer open.  We beginnen met een vrije dag, we bezoeken wijnstadje Sancerre en zetten daarna de auto neer in Couy, het eindpunt van de eerste etappe. We gaan met de fiets terug naar de camping (17 km).

Op zondag hebben we de tijd aan onszelf, maar we vertrekken op tijd om de warmte een beetje voor te zijn. Het is een mooie dag met een maximum temperatuur van 28 graden, geen wolkje aan de lucht, en 20 km te lopen. De route loopt gedeeltelijk door bos en verder over akkers en kleine weggetjes. De meeste gewassen zijn al geoogst, alleen staat er nog wat maïs en zonnebloemen, die  helemaal verdroogd en bruin geworden zijn.  Onderweg komen we een oude vriend tegen, de vuursalamander (zie foto en zie ook week 2).

Voor ons lopen twee Nederlanders, die enkele jaren geleden vanuit Laren zijn vertrokken. We halen ze langzaam in. Zij lopen die dag 28 km met volledige bepakking. In Couy komen we eerst even bij van de warmte, daarna gaan we met de auto naar de camping.


Dag 2 – van Couy naar Brécy (20 km)

We zetten de auto opnieuw in Couy. Met een temperatuur tot 31 graden is dit de warmste dag. De omgeving blijft hetzelfde als de dag ervoor, alleen gaan we nu iets meer langs de doorgaande weg. Er is niet veel verkeer maar het loopt minder plezierig. In Brécy komt net een begrafenisstoet uit de kerk,  de deelnemers lopen gezellig kletsend achter de rouw-auto. De bushalte staat aangegeven als Brécy-Bourg, maar het is onduidelijk waar dat precies is. We zijn meerdere haltes tegengekomen en meestal staat de halteplaats dan vermeld en is er een schema met vertrektijden. We worden doorverwezen naar Claudette, van restaurant Chez-Claudette, maar zij heeft ook geen idee. Iemand anders beweert dat er helemaal geen bus stopt in Brécy maar eindigt met “oh ja, misschien toch één om 18:00 uur, maar dat is alleen een schoolbus”. Dat klopt dan wel weer want lijn 120 is in principe een schoolbus, die alleen ’s morgens vroeg en rond 18:00 uur rijdt en dan tevens als lijnbus. Op de “horaire” die bij de Mairie hangt blijkt dat er nog een andere halte is in Brécy, dus die zoeken we maar op. De bus komt pas om 19:00 uur en is ook nog 10 minuten te laat, dat houdt het spannend, maar brengt ons netjes terug in Couy.



Dag 3 – van Brécy naar Bourges (20 km)

We kunnen ook nu rustig vertrekken omdat we weer dezelfde  late bus hebben. We zetten de auto in Brécy.  Er is een beetje bewolking maar het is met 28 graden nog steeds erg warm. Ook nu regelmatig langs een weg. Op een gegeven moment lopen we kilometers op een oude romeinse weg, daarvandaan zien we de kathedraal hoog boven de stad uitsteken. Vanwege de nieuwe rondweg om Bourges (snelweg) moeten we in totaal 1,8 km omlopen, om een viaduct over die rondweg te kunnen gebruiken. In de Kathedraal halen we een stempel in ons paspoort. De dame is bijzonder vriendelijk en vraagt of we nog onderdak nodig hebben. De kathedraal stamt uit de 12e eeuw en is prachtig, het is de grootste gotische kathedraal van Frankrijk. In het hoofdportaal zie je een duidelijke afbeelding van wat er met je gebeurt als je in de hemel of in de hel terechtkomt.





We gaan met dezelfde lijn terug naar Brécy. Vanaf half zeven komen de bussen af en aan rijden, veel van dezelfde maatschappij. Ook al staan er andere lijnnummers aangegeven, vragen we toch maar of het niet onze bus is, maar na 3 keer “non, apres” wachten we geduldig op de onze. En ja hoor lijn 120 rijdt ook vandaag, we worden vriendelijk welkom geheten door dezelfde chauffeur als de dag ervoor.



Dag 4 – Van Bourges naar Charost (26 km)

Nog een mooie dag. We vertrekken om 7:00 uur vanaf de camping omdat het dan nog niet zo warm is. Het wordt een graad of 28 en ook nu lopen we veel langs de weg. Op een gegeven moment is het kilometers lang langs het terrein van wapenfabriek Luchaires. Er zijn zwaar bewapende bewakers aan de poort en een hoog hek met veel bewakingscamera’s. In Charost is alles gesloten, zelfs het cafe. De bus (halte Cafe du Centre) is weer 10 minuten te laat, voorin zitten de twee Nederlanders van een paar dagen geleden. Zij hebben 5 dagen gelopen tot Issoudun en in Charost boven de school geslapen. Ze vertellen dat de sleutelcode van de deur  je telefonisch wordt meegedeeld als je het nummer belt dat bij de ingang staat vermeld. De bijdrage voor de nacht kun je achterlaten, maar je moet wel om 8:15 vertrokken zijn want daarna begint de school. Volgend voorjaar gaan ook zij weer verder. In Bourges pakken wij de fiets die we de avond ervoor op het station hebben gezet.





Dag 5 – Van Charost naar Neuvy Pailloux (28 km)

 Er is regen voorspeld voor vandaag. Niet veel dus met de mooie dagen van daarvoor  zijn we overmoedig en besluiten om alleen een regenjas mee te nemen. We lopen toch in de korte broek, dus wat kan ons gebeuren ? Maar na 2 uur lopen komt er toch een flinke plensbui naar beneden. Vanwege de korte broek stroomt al het water langs je benen je schoenen in. We hebben nog 15 km te gaan, met natte voeten. Het blijft nog 2 uur regenen, de temperatuur is gekelderd naar 17 graden en we moeten flink doorlopen om een beetje warm te blijven. We lopen wel veel meer door de velden, over grasweggetjes, dus dat is mooi. Als de lucht langzaam breekt en we een beetje opdrogen voelen we ons een stuk beter. Maar van de natte voeten komen we niet af. Twee km vanaf de route, in Neuvy Pailloux komt de buslijn die we ook eerder in Charost hadden. De halte (Place de la Marie) ligt op een pleintje langs de weg en de bus is opnieuw een kwartier te laat. Ik kijk even om de hoek, om de weg goed te kunnen zien, en zie de bus aankomen. Ik loop vervolgens terug naar het hokje om mijn rugtas te pakken, maar wat schetst onze verbazing als de bus in volle vaart doorrijdt. Hij gaat niet over het pleintje, en de chauffeur kijkt niet eens opzij! Daar staan we dan, de laatste bus voor die dag hebben we dus gemist. Enige optie is dan nog een taxi bellen. Er is er één in Neuvy Pailloux, maar de chauffeur is onderweg dus krijgen we het mobiele nummer om rechtstreeks contact op te nemen. De telefoon wordt natuurlijk niet opgenomen en een voicemail inspreken lijkt niet zo zinvol. Dan maar andere taxi-bedrijven proberen. In Issoudun zitten er enkele, dat is aan de route, maar de eerste drie nemen ook niet op. Dus opnieuw naar de lokale taxi gebeld en hij belooft binnen 10 minuten terug te bellen. En inderdaad na 10 minuten staan zowel de man als zijn vrouw (de chauffeur) op het plein om te kijken wie er nu om een taxi heeft gebeld. Het is een aardige mevrouw, ze vertelt van alles. Ze wijst op een paar reeën in het veld en zegt dat  het jachtseizoen binnenkort wordt geopend. Ze vraagt of er in Nederland ook zoveel windmolens staan. Op onze vraag waar die grote rode masten voor zijn vertelt ze dat dat het zenderpark Issoudun is, met o.a. Radio France Internationale. Na een taxirit van een half uur zijn we toch nog om een uur of half zeven in Charost en pakken daar de auto terug naar de camping.



 Dag 6 – Van Neuvy Pailloux naar Chateauroux (24 km)

We gaan met de auto naar Neuvy Pailloux. Het is de laatste etappe voor deze periode, licht bewolkt, met af en toe een zonnetje. Prima om te lopen. Chateauroux is een grote plaats en daarvandaan gaat er op zaterdag één trein die stopt in Neuvy Pailloux, die vertrekt om 17:35. Daar kunnen we ons mooi op richten. Het wordt een rustige wandel-dag als mooie afsluiting. Onderweg komen we nog een sterk staaltje tegen van de Franse gewoonte om het rijdend materieel dat kapot is niet weg te doen. Als je genoeg ruimte om je huis hebt stal je het ergens om een hoekje en laat het daar gewoon staan.

We halen een stempel bij de VVV. De zondag erop is een vrije dag om bij te komen en Bourges te bezoeken, met o.a. het Palais Jacques Coeur. Hij had als motto “La vaillant, rien impossible – Voor een moedig hart is niets onmogelijk”. Hij is er aan het begin van de 16e eeuw stinkend rijk mee geworden, voornamelijk met de handel in stoffen. Maar nadat zijn beschermvrouwe aan het hof was overleden is hij door jaloerse concurrenten verraden en raakte hij al zijn bezit weer kwijt.  
De kathedraal komen we niet meer in, er is die zondag een bijzondere mis met de inzegening van Mgr. Jerome Beau als nieuwe aartsbisschop van Bourges. Alleen om de mis bij te wonen zijn we welkom.Rond de kathedraal is er veel zwaar bewapende beveiliging, alle tasjes van de kerkgangers worden gecontroleerd en er is veel politie op de been, kennelijk is dat nodig in het Frankrijk van nu.



  



maandag 7 mei 2018

Week 8: van Vezelay naar La Charite sur Loire (4d. - 80 km)

Voorbereiding

Inmiddels is de reisafstand naar het beginpunt meer dan 700 km, en dat is wat veel voor 1 dag. We besluiten om de eerste dag tot Charleville Mezieres te rijden, dat is net in Frankrijk. Daar is een camping vlakbij het centrum van de stad, met een leuk plein (Place Ducale). De volgende dag rijden we nog ruim 300 km tot Breves, waar de eerste camping moet zijn. Via binnenweggetjes, en een laatste boerenpad komen we bij het hek van de camping. Maar alles is nog gesloten !

Niemand te zien. Na vijftig meter achteruit rijden met de caravan gaan we op weg naar de volgende camping in Charité sur Loire. Deze is wel open. Voor de eerste 2 wandeldagen betekent dit wel extra km's aan- en afrijden, maar het scheelt een verhuisdag.  We komen er net op tijd achter dat de 2e wandeldag op 1 mei valt (Nationale feestdag in Frankrijk, dus geen busvervoer) en besluiten om het programma 1 dag op te schuiven. De eerste dag is dus een vrije dag, en dat is ook wel lekker om erin te komen.


dag 1 Van Vezelay naar Asnois (15 km)

Op deze dag gaat zo ongeveer alles anders dan gedacht. We fietsen van Asnois naar Vezelay (25 km) door een mooi glooiend landschap, met mooi weer. In Vezelay komen we aan bij het eind van het straatje dat naar de Basiliek leidt. Het is nog tamelijk rustig, en ook de Basiliek blijkt weer een verademing, met weinig opsmuk ingericht, heel stemmig. De mis van half 1 is net aan de gang. Het ziet er allemaal heel mooi uit. De kerk wordt gerestaureerd en wordt weer prachtig wit. Tot nu toe geen problemen. We vertrekken om een uur of 1 en met 15 km is de etappe niet al te lang. Halverwege blijkt echter waarom het commentaar uit het boekje niet strookt met wat we om ons heen zien. Er zijn meerdere routes vanuit Vezelay en ik kom erachter dat ik de verkeerde versie op de Garmin heb geopend. De route op de Garmin en de bewegwijzering sporen met elkaar, maar het is de variant naar Nevers die we aan het volgen zijn, en niet de variant via Bourges ! Herstel zou een extra 18 km lopen betekenen, dus besluiten we om terug te gaan. Eenmaal terug geeft Googlemaps een mogelijke fietsroute naar Asnois die gelijk is aan de route die we hadden moeten lopen. Weliswaar door het bos, maar misschien wel goed fietsbaar. Het tegendeel blijkt het geval (onder fietsen in Frankrijk wordt kennelijk ook de moutainbike gerekend). In het bos, met veel modderpaden en kleine bosweggetjes verdwalen we ook nog een keer, Googlemaps houdt ermee op omdat er geen bereik is, dus is de Garmin ons laatste houvast. Door het hobbelige pad trilt bij Ineke's fiets de moer los, die zowel de koplamp als het spatbord op zijn plaats houdt. Met twee stukjes tandzijde (een echte pelgrim kan niet zonder) wordt de boel vastgeknoopt, en dat blijft zitten tot het einde van de fietstocht. Twee en een half uur later, het is dan inmiddels half 8, komen we uit het bos, en het is ongeveer 9 uur dat we weer bij de camping zijn. Met 4 uur wandelen en 4,5 uur fietsen in de benen zijn de "knollen op". Gelukkig is er vlakbij de camping een pizzeria.


Afbeelding van Saint Jacques in de Basiliek



dag 2 Van Asnois naar Varzy (21 km)

Vandaag is het een stralende dag. We zetten de auto in Clamecy en fietsen naar Asnois (11 km). We kiezen in Googlemaps maar voor de route die je ook met de auto kunt doen. We zetten de fietsen waar we de dag ervoor de auto hebben achtergelaten en vertrekken om een uur of half twaalf. De route is vooral via akkers, stukjes bos, weilanden en plaatsjes. We komen geen mens tegen en het landschap is prachtig.
In Varzy aangekomen hebben we nog 45 min. voordat de bus (Lijn 45 van Nevers naar Clamecy) zal aankomen. Altijd opletten aan welke kant van de weg je moet staan voor de bus (haltebordje staat maar aan 1 kant). We overleggen met een aardige Francaise (die ook nog Vlaamse voorouders heeft) bij welke halte we het beste kunnen uitstappen. We kunnen wel uitleggen waar de auto staat, maar ja welke halte moet je dan hebben ? Zij overlegt met de chauffeur en samen beslissen ze dat bushalte "Hopital" het meest dichtbij is, en inderdaad zien we later vlak voor de halte onze auto staan. Een paar honderd meter terug lopen dus. Ook nu zijn we pas half acht terug op de camping. We besluiten om donderdag een rustdag in te lassen.




dag 3 en 4 Van Varzy naar Charité sur Loire, via Arbourse (24 + 20 km)

Op de rustdag checken we even het treinverkeer naar Nevers (waar we de bus naar Varzy moeten hebben) en dat is maar goed ook. Er blijken stakingen te zijn bij de Franse spoorwegen, we kunnen om een uur of halfzes terugkomen omdat dan de stakingen voor de volgende dag bekend zijn.  Aan het eind van de middag blijkt dat onze trein van 9:17 op vrijdag niet rijdt. We kiezen ervoor om dus maar met de auto naar Nevers te gaan. Gelukkig rijdt de bus wel, en met dezelfde lijn 45 gaan we in een uur van Nevers naar Varzy.

In Varzy vertrekken we om ongeveer 12 uur voor een wandeling van 24 km. Opnieuw een prachtige dag met een mooie en afwisselende omgeving. Om 6 uur komen we aan in Arbourse. Daar is een Refuge (2 stapelbedden + 5 veldbedden) beschikbaar gesteld door de gemeente (achter de Mairie), die wordt gerund door een aantal vrijwilligers. De vrijwilliger van de dag kun je bij aankomst bellen, en die komt dan opendoen. In ons geval werden we opgewacht door een vriendelijke meneer (hij had ons al zien aankomen), die  afrekende (€ 10,= p.p., maximaal 1 nacht en alleen op vertoon van je pelgrimskaart). Hij gaf ook uitleg over de Wifi  en dat we alle levensmiddelen in kast en koelkast mochten gebruiken. Overal stond een prijsje op en het totaalbedrag kon je achterlaten in een geldkistje. Het was prima voor elkaar, met twee stapelbedden, een keukentje, een douche etc. Het was natuurlijk de vraag of er nog meer mensen zouden komen, maar dat was niet het geval.

De volgende ochtend op tijd op weg. Ook nu mooi weer, op naar Charité-sur-Loire, waar ook de caravan staat.  Onderweg zien we 2 roedels herten, de tweede wel ongeveer 15 stuks. Als we gaan eten op een bruggetje, zien we in het water een muskusrat nog snel zijn schuilplaats opzoeken. De route loopt in Charité langs het station, en gelukkig wordt er in het weekend niet gestaakt, dus nemen we snel de trein naar Nevers om de auto op te halen.







80 km totaal, het lijkt niet veel.

maandag 7 augustus 2017

Week 6/7: van Anglure naar Vezelay (190 km - 8 d.)


Voorbereiding

Het is alweer meer dan een jaar geleden dat we gelopen hebben. De werkzaamheden aan de nieuwe tuin gingen voor. Voor dit jaar hebben we besloten om de zomervakantie voor een deel aan de route te besteden, onder voorwaarde dat het niet te warm is. Toen we vertrokken was de weersverwachting dat er de komende week een aantal dagen met temperaturen van meer dan 30 graden zouden zijn, dus hebben we het lopen van de route uitgesteld tot het 2e deel van de vakantie. Inmiddels (23 juli) ziet het er beter uit, we staan nu op een camping in Méry-sur-Seine, precies tussen etappe 1 en 2.

Alle etappes zijn al uitgedacht, en 1 traject (van Troyes naar Chablis) wordt gedaan met 2 overnachtingen onderweg. Voor het eerste traject rijdt de bus (van Romilly-sur-Seine naar Anglure)  alleen “sur reservation”, dus hebben we eergisteren gebeld en gereserveerd. Aan de telefoon was een geduldige jongeman die naam en telefoonnummer noteerde in een computerprogramma, maar een internationaal nummer paste niet in de registratie, dus alleen toen ik bevestigde zeker te zijn van de rit (“vous etes sure . . . ??), ging men akkoord.

Morgen gaan we met de auto naar Romilly-sur-Seine, dan met de bus naar Anglure. We lopen dan naar de camping, op 12 km. Op dag 2 lopen we vanaf de camping naar Troyes (33 km), en vandaar met de trein terug naar Romilly-sur-Seine. Daarna met de auto weer naar de camping.


Dag 1 en 2

De belbus komt netjes op tijd in Romilly-sur-Seine, de vrouwelijke chauffeur is wel nieuwsgierig naar onze plannen en wenst ons een fijne wandeling. Eerst kijken we even rond waar we ook alweer geëindigd zijn de vorige keer, en dan op weg. Met 12 km, vooral langs het kanaal langs de Seine, zijn we zo op de camping. De volgende dag lopen we rond half negen van de camping. Ook nu de hele dag vooral langs het kanaal. Dat is wel wat eentonig, maar een verademing in vergelijking met het boerenland ernaast dat erg kaal en uitgestrekt is. Een enkele fietser, mooie begroeiing langs de kant, en opeens een kleine bever die een paar keer opduikt. Op een gegeven moment bereiken we de rand van Troyes, maar het is dan nog ruim 6 km naar het centrum, al met al 33 km. Troyes is een hele mooie stad met veel vakwerkhuizen en een gezellig centrum. In de mooie kathedraal gewijd aan St Petrus en St Paulus laten we onze passen stempelen.  Dan naar het station, kaartjes kopen voor de trein naar Romilly-sur-Seine, de trein vertrekt met 20 min en iets over zes zijn we weer op de camping.



Aankomst om kwart over 4 in Troyes.


Dag 3,4 en 5

Qua planning is dit wel een lastig traject, omdat er maar beperkt openbaar vervoer is. Inmiddels zijn we verkast naar Chablis en hebben we de overnachtingen voor loopdag 3 en 4 gereserveerd (in Eaux Puissaux en Vezannes). Op dag 3 staan we om kwart over 5 op zodat we de bus van 7:03 in St. Florentin-Vergigny kunnen halen. De bus brengt ons in ca anderhalf uur naar Troyes. Vanaf half negen zijn we op weg voor een schitterend traject van 35 km. Door allerlei plaatsjes, 2 uur over een modderig bospad, maar ook over veel landbouwpaden. De hele dag dreigt het met wat regen, maar tot 4 uur blijft dat beperkt tot wat miezer. Daarna krijgen we gedurende een half uur een flinke bui over ons heen. De schoenen moeten waterdicht zijn, maar na een uur door nat gras lopen blijkt dit tegen te vallen. Om iets over 6 komen we aan op het eerste adres, Chambres d’Hotes La Ferme des Hautes Frenes in Eaux Puisseaux. Er is voor ons gereserveerd in een restaurantje (op 1 km lopen !), dat wordt gerund door een oude Vietnamees, die als voorgerecht Nems op de kaart heeft staan. Hij geeft de vertaling (loempia’s) er maar bij. De “patron” doet ook de keuken en de verkoop van losse artikelen. De sfeer is gemoedelijk en het eten redelijk goed. Ook maakt hij nog een lunchpakket voor de volgende dag klaar. In de Chambres kunnen we onze sokken en schoenen drogen aan de elektrische gevelkachel, die we toch nog aan kunnen zetten ook al is het buiten 30 graden.



Een grijze dag.

Voor dag 4 staat opnieuw zo’n 33 km op de rol (worden er uiteindelijk 36), dus dat is een flinke uitdaging. De route is vergelijkbaar met die van de dag ervoor. Een plaatselijke camino-vereniging heeft voor een omleiding gezorgd (vandaar de extra km’s) zodat we niet door een modderig bos hoeven. Het weer is prima, licht bewolkt en in de middag wat meer zon. Een jong vosje loopt op een stille bosweg een eind voor ons uit, en op een gegeven moment verrassen we een ree die zich snel uit de voeten maakt. We zijn rond negen uur vertrokken en komen half zeven aan op ons volgende adres bij mevrouw Eliane Coppin. De ontvangst daar is zeer hartelijk. Normaal kookt ze  niet voor haar gasten, behalve voor pelgrims (“ah vous etes des pellerins . . .”  als we bij het reserveren uitleggen dat we te voet zijn).  Om half acht aan tafel voor een heerlijke maaltijd, waarbij Eliane uitlegt wat we eten en op welke manier het met de regio verbonden is. We gaan ’s avonds vroeg naar bed omdat we flink moe zijn.

Op dag 5, na een uitgebreid ontbijt, is het maar een korte etappe van 12 km. Om half 1 lopen we Chablis in. De voeten kunnen omhoog !



De volgende dag fietsen we 25 km naar St. Florentin Vergigny om de auto op te halen.



Dag 6, 7 en 8

We besluiten om het volgende traject (naar Cravant – 23 km) ook vanuit Chablis te doen. Dat kan met bus en trein (via Auxerre), maar de eerste bus rijdt pas om 11:45. We kiezen ervoor om het vervoer in eigen hand te houden en gaan met auto en fietsen naar Cravant. Daar laten we de auto achter en fietsen 23 km door het glooiende gebied terug naar Chablis. Na een korte break bij de caravan vertrekken we om ongeveer 11 uur. Het is opnieuw een hele mooie route, door de wijngaarden vanuit Chablis, daarna door bossen en landbouwgebieden, en door een aantal plaatsjes.

Als we de volgende dag willen vertrekken vanaf de camping vragen 2 jongedames of we “misschien” via Auxerre reizen. Zij zijn met een kampeerwandeltocht bezig en de afgelopen nacht heeft het hard geregend en geonweerd. Ook voor deze dag wordt er nog veel regen verwacht en de enige bus is “sur reservation” (een dag van tevoren). We zetten ze af op het treinstation in Cravant (vanwaar er treinverbinding is met Auxerre). Ze zijn er blij mee. De een is bijna afgestudeerd pastor en wil dominee worden aan een gemeente. Het inkomen is laag ( 800 euro per maand, maar dan wel met gratis huisvesting), bij een protestante gemeente (kleine minderheid van < 2% in Frankrijk !). Haar vriendin werkt in een cultureel centrum in Parijs en gaat over 2 weken trouwen, ze hebben samen al een bachelor-weekend in Marseille achter de rug. We kennen de route naar Cravant inmiddels en zetten hen af op het station. Vandaar gaan wij door naar de camping in Arcy-sur-Cure. Deze heeft weliswaar 2 sterren, maar een flinke opknapbeurt nodig.

Op dag 7 lopen we naar het station en pakken de trein van 10:06 naar Cravant. Op het station worden we belaagd door een jonge ekster, die op geen enkele manier weg te jagen valt. De buurman van het station doet zijn raam open en legt uit dat de ekster geen enkele angst kent. In Cravant lopen we eerst door het mooie stadje en beginnen daarna aan de route. Het is tamelijk warm, tot 30 graden in de loop van de middag. De route is afwisselend door het Cure dal. Totaal lopen we ca 17 km. Aan het eind horen we een stel franse wielrenners overleggen of iemand nog vers water nodig heeft. Ze lopen de begraafplaats op om hun bidons te vullen. Goed idee! Laat op de avond komen onze 2 franse “vriendinnen” de camping oplopen,  grappig om ze weer even te spreken.

Op deze laatste dag gaan de temperatuursverwachtingen weer richting de 30 graden, dus vertrekken we al om half negen vanaf de camping. Vezelay was zowel zelf een bedevaartsoord (vanaf de 9e eeuw) maar ook 1 van de 4 grote verzamelpunten in Frankrijk voor bedevaartsreizen naar Santiago de Compostella. Ook nu nog is Vezelay een belangrijk knooppunt voor pelgrims. Onze huidige route (Via Campaniensis) eindigt in Vezelay. Van daaruit kun je een aantal varianten kiezen naar het zuiden van Frankrijk, wij gaan de Via Lemovicenzis doen (via Bourges, Limoges en Perigieux naar de zuidwestpunt van Frankrijk).

De temperatuur valt mee en we lopen de 24 km in ca. 6 uur. De kathedraal is prachtig, bijzonder stemmig qua licht en kleur. We bewonderen de relikwieeen  van Maria Magdelena die sinds het jaar 1000 in de basiliek zijn ondergebracht. We krijgen een stempel in onze pas en gaan vanaf half 5 met de bus en trein terug naar Arcy-sur-Cure. Hiermee komen we aan het einde van onze camino voor 2017.








Basiliek van Vezelay.



Van Maastricht naar Vezelay in 4 jaar (600 km gedaan -  2.000 te gaan)



zondag 8 mei 2016

Week 5: Reims naar Anglure (5d: 114km) "le Colza"

In de 2e week van de meivakantie vertrekken we naar Epernay, net onder Reims. Een paar jaar geleden zijn we daar ook in mei geweest, voor een vakantie in de Champagnestreek. We weten dus wat we kunnen verwachten. De camping ligt functioneel dicht bij de stad en is goed voorzien maar niet erg sfeervol.

Maandag 2 mei.
Met de auto naar Les Haies (vlakbij Germaine) en daar met de trein naar Reims. Op het station wordt door 8 man een hekje en een fietshokje geplaats. Wij stappen als enige in.
In Reims is de stad aan het opstarten. In de Kathedraal is het nog rustig, we vertrekken voor een rustige etappe van 18 km, waarbij de eerste koolzaadvelden (le Colza) zich al aandienen.


Voor de volgende dagen is het openbaar vervoer erg lastig. Via internet ben ik al eerder "co-voiturage"  (car-sharing in goed Nederlands) op het spoor gekomen, maar de aanbieder van de rit Sézanne naar Epernay heeft voor de maand mei nog niets ingevuld. Van een andere aanbieder komt de reactie dat er geen plaats meer over is. Dan resteert nog 1 aanbieder, Manu (23 jr - Renault Megane Coupé), die heeft alleen een rit 's morgens in de aanbieding (en van Epernay naar Sézanne), maar geeft aan dat wij mee kunnen (€ 5,= par place). Ingewikkeld allemaal maar we besluiten om 2 etappes om te draaien qua looprichting (Zuid naar Noord) en het geboekte hotel in Baye 1 dag te vervroegen, en daarmee komt alles weer goed.

Dinsdag en woensdag.
's Morgens staan we om 8:30 op de afgesproken plaats bij het Millesium, maar de twijfel slaat toe als op mijn telefoon blijkt dat Manu heeft geprobeerd de rit nog een halfuur te vervroegen en vraagt of onze rugzakken niet te groot zijn. Ik stuur nog een sms met een reactie onzerzijds, na zijn "j'arrive" zijn we gerustgesteld. Hij komt er inderdaad aan en wij proppen ons achterin de Coupé omdat zijn brandweer-collega ook meerijdt. Prima oplossing als we 45 min. later uitstappen bij de kerk van Sézanne. Eerst een koffie!



Het weer is nog mooier dan maandag en de route echt schitterend, afwisselend door bossen, weilanden en koolzaadvelden. Om een uur of vier komen we aan bij ons hotelletje in Baye. Bij binnenkomst krijgen we direct de sleutel voor de hotelkamer in handen gedrukt en worden we naar boven gedirigeerd. De kamer is precies wat je kunt verwachten voor een prijs van € 34, maar het bed is schoon. 's Avonds eten we wat de pot schaft (€ 12, quiche, kip met patat, toetje en 1/4 wijn), ook prima. 's Morgens aan de ontbijttafel blijkt dat een collega-wandelaar (op weg naar Santiago) zijn gebit gebroken heeft. Hij besluit om dat thuis (in Belgie) te laten repareren, maar kan gelukkig met 2 dames meerijden die vanuit Troyes terugreizen met de auto naar Nederland.

Voor de volgende dag staat 29,5 km op het programma, dat is langer dan ooit (tot nu toe). Opnieuw schitterende route, nu ook veel wijngaarden, die vanwege het koude voorjaar nog niet veel blad hebben. Het wordt uiteindelijk 36 km omdat er geen bus naar Epernay rijdt zijn en in Moussy (op Googlemaps) blijkt dat de auto slechts 4 km verderop staat geparkeerd (parkeerplaats Hopital Auban Moët). Om 8 uur vertrokken van het hotel, om half 6 bij de auto, een lange dag dus.




Donderdag
Vanwege Hemelvaartsdag blijkt onze geplande trein niet te gaan, dus maar de taxi genomen die al klaar staat voor het station. Die brengt ons naar het vertrekpunt (Les Haies). Het hek en fietsenhok is af ! Vandaag behoorlijk stijgen en dalen door de wijngaarden. Over Hautvilliers, nog even stilgestaan bij het graf van Dom Perignon (die als ontdekker van het Champagne-procedé wordt beschouwd). Eigenlijk is de Champagne  maar een klein wijnbouw-gebied, maar er gaat kennelijk veel geld in om. De grandeur straalt af van de Champagnehuizen, en de streek als geheel.



Vrijdag
De laatste etappe van Sezanne naar Anglure. Ook hier is busverkeer beperkt. Er gaat er wel een via Anglure maar alleen "sur reservation". Dus op donderdagavond een taxi besteld om 10 uur "a cote De la Mairie". De dame vraagt nog wat door naar het hoe en waarom, maar na enige uitleg is ze gerustgesteld en komt inderdaad op tijd voorrijden. Het land is inmiddels vlakker geworden, met veel landbouw. In Anglure staan enorme graansilo's. We komen nog 2 duitse dames tegen, die al 2 weken op weg zijn en vertellen over de eerste week met sneeuw, hagel en veel kou (toen ook in Nederland erg slecht weer). Voor ons is het de afsluiting van een week met heel veel zon en totaal 130 km lopen in een prachtige omgeving.